Leesmij-bestand van HP Universal CMDB Configuration Manager
voor de besturingssystemen Windows en Linux
Softwareversie: 9.20L
Publicatiedatum: september 2011
Dit bestand geeft informatie over HP Universal CMDB Configuration Manager.
Opmerking: als u dit bestand opent in Internet Explorer 8, kunnen genummerde of alfabetische lijsten onjuist worden weergegeven.
Documentatie voor Configuration Manager
Bij Configuration Manager is de onderstaande documentatie beschikbaar:
Readme. Dit document geeft een overzicht van beperkingen die de huidige versie kent, alsmede zeer recente updates. U vindt de meest recente versie van het Readme-bestand op de website van HP Software Support..
Implementatiehandleiding voor HP Universal CMDB Configuration Manager (PDF-document). Beschikbaar in de documentatiemap op uw installatiemedium. Geeft informatie over de hardware- en softwarevereisten voor de installatie van Configuration Manager, het installeren of upgraden van Configuration Manager, de beveiliging van het systeem en hoe u zich bij de toepassing aanmeldt.
Online Help voor Configuration Manager. Online Help is beschikbaar in specifieke modules en dialoogvensters van Configuration Manager via de Help-knop of door Help voor deze pagina te selecteren in het Help-menu.
Online documentatie kunt u bekijken en afdrukken door middel van Adobe Reader. Dit programma kunt u downloaden van de Adobe-website (www.adobe.com).
Bijgewerkte documentatie
De titelpagina van dit document bevat de volgende identificerende informatie:
Als u wilt zien of er actuelere informatie is, of om te controleren of u de meest actuele versie van een document hebt, gaat u naar: HP Software Product Manuals
Als u een document wilt openen, selecteer dan de gewenste items:
Om PDF-bestanden (*.pdf) te kunnen bekijken en afdrukken moet Adobe Reader op uw computer zijn geïnstalleerd. Ga naar de website van Adobe om Adobe Reader te downloaden.
Systeemvereisten
Zie "Ondersteuningsmatrix" in het PDF-bestand Implementatiegids voor HP Universal CMDB Configuration Manager voor een lijst met systeemvereisten.
Installatie
HP Universal CMDB Configuration Manager versie 9.20L wordt geleverd in twee vormen: als standalone-product en als patch voor HP Universal CMDB Configuration Manager versies 9.10L en 9.20.
Voer een volledige installatie uit van HP Universal CMDB Configuration Manager versie 9.20L
Zie voor meer informatie het betreffende installatiehoofdstuk in de Implementatiegids voor HP Universal CMDB Configuration Manager.
Opmerking: als u de installatie uitvoert op een Windows-systeem, kunt u Deployment Manager op een van de volgende manieren openen:
Upgrade
Er zijn twee upgradepaden:
- Upgrade van versie 9.10L
Zie voor meer informatie het gedeelte "Configuration Manager upgraden" in de Implementatiegids voor HP Universal CMDB Configuration Manager.
- Upgrade van versie 9.20
Deze patch bevat de volgende bestanden:
- Een nieuw hulpprogramma voor patch-upgrades in de map <installatiemap van Configuration Manager>\patches\patches\patchnaam\.
- Bijgewerkte bestanden in de map <installatiemap van Configuration Manager>\
patches\patches\patchnaam\content.De map ‘content’ bevat de volgende submappen:
- Readme (dit bestand).
- De volgende extra bestanden:
Deze patch installeren:
- Maak een back-up van de installatiemap van Configuration Manager versie 9.20. (Comprimeer de installatiemap in een zip-bestand en sla het op in een andere map.)
- Maak een back-up van de database van Configuration Manager.
- Stop de Configuration Manager-server.
- Pak het zip-bestand van de patch uit naar de installatiemap van Configuration Manager versie 9.20 (overschrijf de bestaande bestanden in deze map).
- Voer de juiste procedure uit om de patch installeren:
Voor Windows-systemen:
Open een nieuw opdrachtregelvenster (cmd.exe). Voer het bestand upgrade.bat uit. Dit bestand bevindt zich in de map <installatiemap van Configuration Manager>\patches\
patches\cnc-02.Voor Linux-systemen:
Open de console. Voer het bestand upgrade.sh uit. Dit bestand bevindt zich in de map <installatiemap van Configuration Manager>/patches/patches/cnc-02.
- Start de Configuration Manager-server.
Opmerking: als na de upgrade nog steeds de UI van de voorgaande versie wordt weergegeven, maak dan de cache van uw browser leeg.
Als upgradeprocedure mislukt, controleer dan het bestand post_installation.log (dit bestand bevindt zich in de map <installatiemap van Configuration Manager>\tmp\log\) om na te gaan welke stappen reeds zijn uitgevoerd en op welk punt de upgrade is mislukt. Voer de volgende stappen in omgekeerde volgorde uit tot waar ze tijdens de upgradeprocedure zijn uitgevoerd:
- Stop de Configuration Manager-server.
- Zet de Configuration Manager-database terug van de back-up die u hebt gemaakt.
- Verwijder handmatig de map <installatiemap van Configuration Manager>.
- Zet de Configuration Manager-database terug van de back-up die u hebt gemaakt voordat u de patch installeerde.
- Start de Configuration Manager-server opnieuw.
- Controleer of de teruggeplaatste installatie van Configuration Manager werkt en of alle gegevens van voor de upgrade zijn hersteld.
- Start de upgradeprocedure opnieuw.
Het is mogelijk dat de Configuration Manager-service uit de Windows Servicebeheerconsole is verwijderd als gevolg van de mislukte upgradepoging. Als dit gebeurt, kan de voorgaande versie van Configuration Manager worden gestart door het script start-server-0.bat (in de map <installatiemap van Configuration Manager >) uit te voeren.
Upgraden met reverse proxy/netwerktaakverdeling
De upgradeprocedure kan op twee manieren worden uitgevoerd:
Upgraden met reverse proxy:
- Ga in Configuration Manager naar Systeem > Instellingen > Integraties > UCMDB Foundation > UCMDB Foundation.
- Stel de waarde van het veld Naam UCMDB-server in op de rechtstreekse URL van de UCMDB-server.
- Stel het veld Verbindingsstrategie in op HTTP.
- Sla de configuratieset op en activeer hem.
- Voer het upgradeproces uit.
- Start Configuration Manager.
- Ga naar Systeem > Instellingen > Integraties > UCMDB Foundation > UCMDB Foundation en stel de waarde van het veld Naam UCMDB-server terug op de URL van de netwerktaakverdeling/reverse proxy.
Opmerkingen en beperkingen
- U kunt Configuration Manager niet installeren als UCMDB achter een firewall is geïnstalleerd (die een vereiste JMX-poort blokkeert). Voer een van de volgende stappen uit om dit probleem op te lossen:
- Nadat u in Configuration Manager de taalinstellingen hebt gewijzigd, moet u zich opnieuw aanmelden om de wijzigingen door te voeren.
- HP Software adviseert dat u uw database op hetzelfde subnetwerk installeert als waarop Configuration Manager is geïnstalleerd.
- Als u een Weergave-overzichtsrapport in PDF-indeling in een niet-Latijnse taal exporteert, kunnen er woorden in de koptekst van de tabel afgekapt worden.
- De Implementatiegids van HP Universal CMDB Configuration Manager vermeldt onjuist de webserver Internet Information Services (IIS) als voorwaarde voor de Single Sign-On-functie.
- Configuration Manager biedt standaard één rol (Systeembeheerder) die alle machtigingen bevat.
- In het gedeelte over het configureren van Windows (NTLM)-verificatie in de Implementatiegids voor HP Universal CMDB Configuration Manager moet de volgende instructie worden toegevoegd:
Werk de parameters db.user en db.password in het bestand database.properties bij met de Windows-verificatiereferenties voor de databaseserver.
- Samengestelde CI-content voor Configuration Manager is gedefinieerd in het UCMDB-klassemodel. HP UCMDB Discovery and Integration Content Pack 9.00 biedt nieuwe content voor de volgende domeinen:
- Knooppuntdomein
- Virtualisatiedomein
- Databasedomein
Als u deze nieuwe content wilt gebruiken, moet u Content Pack 9.00 installeren. Het installatiebestand van het Content Pack, CP9_installation.zip, bevindt zich op de website van HP Live Network (https://h20090.www2.hp.com/). Klik op de koppeling DDM Content Packs. U hebt voor het aanmelden een gebruikersnaam en wachtwoord van HP Passport nodig.
Zie voor installatie-instructies de HP Universal CMDB Discovery and Integration Content Guide Pack 9.00 Installation Guide, die samen met het bestand CP9_installation.zip is geleverd.
- UCMDB met Content Pack 9.00 bevat Configuration Management-content over het VMware-domein. Om de Vmware ESX Server, het Vmware Cluster en Vmware Resource Pool CIT's in de juiste laag weer te geven, voert u in UCMDB de volgende stappen uit:
- Installeer CUP5 of hoger. Zie het leesmij-bestand van de CUP5 voor meer informatie.
- Navigeer naar Modellering > CI-typebeheer. Selecteer Systeemtypebeheer in het menu CI -typen.
- Selecteer in het venster Systeemtypebeheer layer_enum en klik op het pictogram Bewerken.
- Klik op het pictogram Toevoegen om een nieuwe waarde toe te voegen. Voer virtualization_infrastructure in en klik op OK. Klik vervolgens op Toepassen.
- Selecteer in CI-typebeheer het CI-type VMWare ESX Server en klik op het tabblad Attributen in het rechter deelvenster.
- Klik in het venster CI-typen op het pictogram Vernieuwen om het CI-type bij te werken.
- Selecteer het attribuut laag en klik op het pictogram Bewerken om het dialoogvenster Attribuut bewerken te openen.
- Selecteer in de lijst Standaardwaarde van het tabblad Details de nieuwe waarde die u hebt toegevoegd aan layer_enum.
- Klik op OK en klik vervolgens op het pictogram Opslaan in het deelvenster CI-typen.
Opmerking: u moet Configuration Manager opnieuw starten om deze wijziging weer te geven.
Voer daarnaast de volgende stappen uit in Configuration Manager:
- Navigeer naar Systeem > Instellingen > Applicatiebeheer > Topologiepresentatie > Topologie-indeling.
- Klik in het deelvenster Lagen op het pictogram Configuratie toevoegen aan configuratieset.
- Voer in het veld Niveaunummer voor de laag Facilities de waarde 6 in.
- Klik op het pictogram Opslaan om de nieuwe configuratieset op te slaan.
- Voer in het dialoogvenster Opslaan als concept een naam voor de nieuwe configuratieset in en klik op Opslaan.
- Klik op het pictogram Huidige configuratieset activeren om de configuratieset die u zojuist hebt opgeslagen te activeren.
- Configuration Manager ondersteunt nu het werken met maximaal 20.000 samengestelde CI's in één beheerde weergave. Voer de volgende stappen uit om deze functionaliteit in te schakelen:
Opmerking:
- Klik in de JMX-console van Configuration Manager op Amber > View Service. Selecteer supportLargeViews en klik op Aanroepen.
- Wijzig de waarde van de instelling Grootte van het resultaat van de TQL-groepsweergave in UCMBDB in 500.000 (Beheer > Beheer Infrastructuurinstellingen > TQL-instellingen).
- Als u de Windows-service HP Universal CMDB Configuration Manager 9.20.0000 gebruikt om Configuration Manager te starten, navigeert u naar de map <Configuration Manager installatiemap>/bin/ en dubbelklikt u op het bestand edit-server-0.bat. Verhoog in het tabblad Java de waarde van de parameter maximale geheugengroep naar 4096 of groter.
- Als u werkt met SiteMinder op een IIS-server, moet u de volgende DWORD-registervermeldingen maken in HKEY_LOCAL_MACHINE\System\
CurrentControlSet\Services\HTTP\Parameters:
- Stel UrlSegmentMaxLength in op 0
- Stel AllowRestrictedChars in op 1
Zie http://support.microsoft.com/kb/820129 voor meer informatie.
- De wachtwoorden voor de OO- en UCMDB-integratie worden nu in de database versleuteld. Als u de configuratieset van een machine exporteert en in een andere machine importeert, controleer dan of op beide machines dezelfde coderingssleutel wordt gebruikt. Kopieer de volgende gegevens van de broninstallatie naar de doelinstallatie:
- het bestand encryption.properties (in de map <installatiemap van Configuration Manager>/conf).
- de inhoud van de beveiligingsmap (in de map <installatiemap van Configuration Manager >/security).
Gebruik het hulpprogramma encrypt-password om de sleutel db.password in het bestand database.properties te coderen. Voer in de module Instellingen van Configuration Manager opnieuw de wachtwoorden in voor de oude configuratieset. Sla vervolgens de configuratieset op en activeer hem.
Als de sleutels op beide machines niet identiek zijn, moet u na het importeren van de configuratieset de module Instellingen in Configuration Manager openen en de wachtwoorden voor de geïmporteerde configuratieset opnieuw invoeren. Sla vervolgens de configuratieset op en activeer hem.
- Als u de wizard voor voltooiing van de installatie opnieuw moet uitvoeren, gaat u als volgt te werk om de wachtwoorden voor de OO- en UCMDB-integratie opnieuw te versleutelen:
Opmerking: deze procedure is alleen relevant als u een upgrade uitvoert van versie 9.20 naar versie 9.20L.
- Open uw webbrowser en voer het volgende adres in:
http://<servernaam>:<poortnummer>/cnc/jmx-console, waarbij <servernaam> de naam is van de machine waarop Configuration Manager is geïnstalleerd.- Voer de aanmeldingsgegevens voor de verificatie in de JMX-console in. De standaard aanmeldingsgegevens zijn:
- Klik onder Configuration Set op de service ConfigurationSet.
- Selecteer het hulpprogramma encryptAllConfigurationSets en klik op Aanroepen.
- Als de reverse proxy op een ander domein wordt geconfigureerd dan het domein waarop Configuration Manager is geïnstalleerd, ontstaat er een fout als u Configuration Manager probeert te openen.
- Ga als volgt te werk om de wachtwoorden van historische configuratiesets te versleutelen:
- Open uw webbrowser en voer het volgende adres in: http://<servernaam>:<poortnummer>/cnc/jmx-console, waarbij <servernaam> de naam is van de machine waarop Configuration Manager is geïnstalleerd.
- Voer de aanmeldingsgegevens voor de verificatie in de JMX-console in. De standaard aanmeldingsgegevens zijn:
- Klik onder Configuration Set op de service encryptAllConfigurationSet.
- Klik op Aanroepen.
- Het scherm Voorbeeld beleidsregel in de module Beleidsregelbeheer kan alleen resultaten berekenen voor weergaven met maximaal 1.000 samengestelde CI's.
- Als u stromen van HP Operations Orchestration versie 7.51 gebruikt die u aan Configuration Manager hebt toegevoegd, treden de volgende problemen op:
- Als u een automatisering configureert, kunt u geen stroom aan de lijst met automatiseringen toevoegen als de stroom de parametertypen Single Value - Selection Lists of List of Values – Selection List zijn bevat.
- Als u een automatisering probeert uit te voeren terwijl het parametertype List of Values is, mislukt de uitvoering.
- Het genereren van segmenten in de module Analyse van omgevingssegmentatie kan mislukken als het analysebereik te veel overeenkomende samengestelde CI's bevat (volgens het overeenkomstniveau dat u instelt). Voer een van de volgende stappen uit om dit probleem op te lossen:
- Het tabblad Beheerde automatiseringen in Configuratieverkenner geeft geen gegevens weer voor niet-beheerde automatiseringen.
- Wijzigingen die in CI's in UCMDB zijn opgetreden, worden mogelijk niet weergegeven in Configuration Manager. Als u de volgende melding in de UCMDB-foutenlogboek ziet, betekent dit dat u de limiet van geïnitialiseerde patronen hebt bereikt. De melding is: De maximale limiet [3000] van geïnitialiseerde patronen is overschreden!
- In het gedeelte van het PDF-bestand Implementatiegids voor HP Universal CMDB Configuration Manager waarin de configuratie van een reverse proxy wordt beschreven, voegt u de volgende regels toe aan het weergegeven voorbeeld:
ProxyPass /docs http://< CM_HOSTNAME >:<CM_HTTP_PORT>/docs
ProxyPassReverse /docs http:// <CM_HOSTNAME>:<CM_HTTP_PORT>
/docs- In de Systeeminstellingen> (voorheen Serverbeheer) van de Topologie-indeling kunnen alleen beheerde attributen worden ingevoerd voor indelingsuitzonderingen.
- Als een koppeling is geautoriseerd en het autorisatieproces zonder fouten is afgesloten, kan in sommige gevallen de koppeling nog worden weergegeven als zijnde niet-geautoriseerd. Als u het CI opnieuw probeert te autoriseren, wordt het autorisatievoorbeeld-dialoogvenster geopend zonder inhoud.
Tijdelijke oplossing: gebruik de JMX-console als hieronder beschreven:
HP Universal CMDB Configuration Manager 9.20.0001: opmerkingen en beperkingen
- Als u werkt met SiteMinder op een IIS-server, moet u de volgende DWORD-registervermeldingen maken in HKEY_LOCAL_MACHINE\System\
CurrentControlSet\Services\HTTP\Parameters:
- Stel UrlSegmentMaxLength in op 0
- Stel AllowRestrictedChars in op 1
Zie http://support.microsoft.com/kb/820129 voor meer informatie.
- De wachtwoorden voor de OO- en UCMDB-integratie worden nu in de database versleuteld. Als u de configuratieset van een machine exporteert en in een andere machine importeert, controleer dan of op beide machines dezelfde coderingssleutel wordt gebruikt. Kopieer de volgende gegevens van de broninstallatie naar de doelinstallatie:
- het bestand encryption.properties (in de map <installatiemap van Configuration Manager>/conf).
- de inhoud van de beveiligingsmap (in de map <installatiemap van Configuration Manager >/security).
Gebruik het hulpprogramma encrypt-password om de sleutel db.password in het bestand database.properties te coderen.
Als de sleutels op beide machines niet identiek zijn, moet u na het importeren van de configuratieset de Instellingenmodule in Configuration Manager invoeren en nieuwe wachtwoorden maken.
- Als u de wizard voor voltooiing van de installatie opnieuw moet uitvoeren, gaat u als volgt te werk om de wachtwoorden voor de OO- en UCMDB-integratie opnieuw te versleutelen:
- Open uw webbrowser en voer het volgende adres in: http://<servernaam>:<poortnummer>/cnc/jmx-console, waarbij <servernaam> de naam is van de machine waarop Configuration Manager is geïnstalleerd.
- Voer de aanmeldingsgegevens voor de verificatie in de JMX-console in. De standaard aanmeldingsgegevens zijn:
- Klik onder Configuration Set op de service configurationSet.
- Selecteer het hulpprogramma encryptAllConfigurationSets en klik op Aanroepen.
- Als de reverse proxy op een ander domein wordt geconfigureerd dan het domein waarop Configuration Manager is geïnstalleerd, ontstaat er een fout als u Configuration Manager probeert te openen.
- Ga als volgt te werk om de wachtwoorden van historische configuratiesets te versleutelen:
- Open uw webbrowser en voer het volgende adres in: http://<servernaam>:<poortnummer>/cnc/jmx-console, waarbij <servernaam> de naam is van de machine waarop Configuration Manager is geïnstalleerd.
- Voer de aanmeldingsgegevens voor de verificatie in de JMX-console in. De standaard aanmeldingsgegevens zijn:
- Klik onder Configuration Set op de service encryptAllConfigurationSet.
- Klik op Aanroepen.
- Het scherm Voorbeeld beleidsregel in de module Beleidsregelbeheer kan alleen resultaten berekenen voor weergaven met maximaal 1.000 samengestelde CI's.
- Als u stromen van HP Operations Orchestration versie 7.51 gebruikt die u aan Configuration Manager hebt toegevoegd, treden de volgende problemen op:
- Als u een automatisering configureert, kunt u geen stroom aan de lijst met automatiseringen toevoegen als de stroom de parametertypen Single Value - Selection Lists of List of Values – Selection List zijn bevat.
- Als u een automatisering probeert uit te voeren terwijl het parametertype List of Values is, mislukt de uitvoering.
- Het genereren van segmenten in de module Analyse van omgevingssegmentatie kan mislukken als het analysebereik te veel overeenkomende samengestelde CI's bevat (volgens het overeenkomstniveau dat u instelt). Voer een van de volgende stappen uit om dit probleem op te lossen:
- Het tabblad Beheerde automatiseringen in Configuratieverkenner geeft geen gegevens weer voor niet-beheerde automatiseringen.
- Wijzigingen die in CI's in UCMDB zijn opgetreden, worden mogelijk niet weergegeven in Configuration Manager. Als u de volgende melding in de UCMDB-foutenlogboek ziet, betekent dit dat u de limiet van geïnitialiseerde patronen hebt bereikt. De melding is: De maximale limiet [3000] van geïnitialiseerde patronen is overschreden!
- In het gedeelte van het PDF-bestand Implementatiegids voor HP Universal CMDB Configuration Manager waarin de configuratie van een reverse proxy wordt beschreven, voegt u de volgende regels toe aan het weergegeven voorbeeld:
ProxyPass /docs http://< CM_HOSTNAME >:<CM_HTTP_PORT>/docs
ProxyPassReverse /docs http:// <CM_HOSTNAME>:<CM_HTTP_PORT>
/docs- In de Systeeminstellingen> (voorheen Serverbeheer) van de Topologie-indeling kunnen alleen beheerde attributen worden ingevoerd voor indelingsuitzonderingen.
- Als een koppeling is geautoriseerd en het autorisatieproces zonder fouten is afgesloten, kan in sommige gevallen de koppeling nog worden weergegeven als zijnde niet-geautoriseerd. Als u het CI opnieuw probeert te autoriseren, wordt het autorisatievoorbeeld-dialoogvenster geopend zonder inhoud.
Oplossing: gebruik de JMX-console als hieronder beschreven:HP Universal CMDB Configuration Manager 9.20: opmerkingen en beperkingen
- Werken met CA SiteMinder wordt niet ondersteund met Configuration Manager versie 9.20.
- De naam van de installatiemap van Configuration Manager mag geen spaties bevatten en mag alleen Engelse letters, (a-z), cijfers (0-9) en koppeltekens ('-') bevatten.
- De installatiewizard is alleen beschikbaar in het Engels.
- Als u met HP Operations Orchestration verbinding maakt via de Deployment Manager, wordt versie 7.51 gebruikt ook al vermeldt de wizardpagina versie 7.5.
- Als u stromen van HP Operations Orchestration versie 7.51 gebruikt die u aan Configuration Manager hebt toegevoegd, treden de volgende problemen op:
- Als u een automatisering configureert, kunt u geen stroom aan de lijst met automatiseringen toevoegen als de stroom de parametertypen Single Value - Selection Lists of List of Values – Selection List zijn bevat.
- Als u een automatisering probeert uit te voeren terwijl het parametertype List of Values is, mislukt de uitvoering.
- Het genereren van segmenten in de module Analyse van omgevingssegmentatie kan mislukken als het analysebereik te veel overeenkomende samengestelde CI's bevat (volgens het overeenkomstniveau dat u instelt). Voer een van de volgende stappen uit om dit probleem op te lossen:
- (Alleen Linux) De wizard voor voltooiing van de installatie mislukt als een niet-standaard JMX-poort voor UCMDB wordt gebruikt. Indien nodig kunt u deze poort wijzigen in het bestand upgrade.properties (in de map utilities\Upgrade van de installatiemap van Configuration Manager).
- (Alleen Windows) Als onderdeel van de upgradeprocedure worden organisatie- en vergelijkingsregels automatisch naar UCMDB gekopieerd. U kunt in het bestand UpgradeContentReport.html een lijst met de gekopieerde regels bekijken. Dit bestand bevindt zich in de map <installatiemap van Configuration Manager>\utilities\Upgrade\
current\.- Het tabblad Beheerde automatiseringen in Configuratieverkenner geeft geen gegevens weer voor niet-beheerde automatiseringen.
- Wijzigingen die in CI's in UCMDB zijn opgetreden, worden mogelijk niet weergegeven in Configuration Manager. Als u de volgende melding in de UCMDB-foutenlogboek ziet, betekent dit dat u de limiet van geïnitialiseerde patronen hebt bereikt. De melding is: De maximale limiet [3000] van geïnitialiseerde patronen is overschreden!
- In het gedeelte van het PDF-bestand Implementatiegids voor HP Universal CMDB Configuration Manager waarin de configuratie van een reverse proxy wordt beschreven, voegt u de volgende regels toe aan het weergegeven voorbeeld:
ProxyPass /docs http://< CM_HOSTNAME >:<CM_HTTP_PORT>/docs
ProxyPassReverse /docs http:// <CM_HOSTNAME>:<CM_HTTP_PORT>
/docs- In de Systeeminstellingen> (voorheen Serverbeheer) van de Topologie-indeling kunnen alleen beheerde attributen worden ingevoerd voor indelingsuitzonderingen.
- Als een koppeling is geautoriseerd en het autorisatieproces zonder fouten is afgesloten, kan in sommige gevallen de koppeling nog worden weergegeven als zijnde niet-geautoriseerd. Als u het CI opnieuw probeert te autoriseren, wordt het autorisatievoorbeeld-dialoogvenster geopend zonder inhoud.
Tijdelijke oplossing: gebruik de JMX-console als hieronder beschreven:HP Universal CMDB 9.10L Configuration Manager: opmerkingen en beperkingen
- In de gebruikersinterface van de module Serverbeheer zijn de volgende veranderingen aangebracht:
- In de module Serverbeheer kunnen onder Topologie-indeling alleen beheerde attributen worden ingevoerd voor indelingsuitzonderingen.
- De optie Automatische autorisatie in de module Weergavebeheer heeft een andere naam gekregen en heet nu Automatische statustransitie.
- In het deelvenster Details van de module Beleidsregelbeheer zijn de opties Nooit and Altijd onder Geldigverklaring uitvoeren niet beschikbaar.
- In de inventaris-modus zijn de beschikbare waarden voor het filteren van samengestelde CI´s afhankelijk van de weergavecontext.
- De broncode voor componenten van derden is beschikbaar op de volgende locatie: <Map HP Universal CMDB 9.10 Configuration Manager>\
3rd-party-sources.- Het LW-SSO-configuratiebestand (cnclwssofmconf.xml) bevond zich voorheen in de map <HP Universal CMDB 9.10 Configuration Manager>\servers\server-0\webapps\cnc\WEB-INF\classes. Dit bestand bevindt zich nu in de map <HP Universal CMDB 9.10 Configuration Manager>\CONF. U hoeft hiervoor niets te doen: het bestand wordt tijdens de installatie van de patch of release verplaatst.
- Het hoofdstuk Beveiliging van de Implementatiegids voor HP Universal CMDB 9.10 Configuration Manager verwijst naar het bestand server.xml. De juiste locatie van dit bestand is: <Installatiemap van Configuration Manager>\
servers\server-0\conf\server.xml.- Het is niet mogelijk om bestanden te uploaden naar de module Serverbeheer binnen de browser Firefox. U moet Configuration Manager starten in Internet Explorer.
- Als u in het deelvenster Configuratiemodel in de module Configuratie-analyse begint met het invoeren van een attribuutwaarde, worden voorstellen voor attribuutwaarden weergegeven die de ingevoerde tekst bevatten. Als u op de Pijl-omlaag drukt, worden alle voorgestelde attribuutwaarden getoond.
- Als een koppeling is geautoriseerd en het autorisatieproces zonder fouten is afgesloten, kan in sommige gevallen de koppeling nog worden weergegeven als zijnde niet-geautoriseerd. Als u het CI opnieuw probeert te autoriseren, wordt het autorisatievoorbeeld-dialoogvenster geopend zonder inhoud.
Oplossing: gebruik de JMX-console als hieronder beschreven:HP Universal CMDB 9.10 Configuration Manager: opmerkingen en beperkingen
- De geautoriseerde status van UCMDB dient uitsluitend via Configuration Manager te worden bijgewerkt. Configuration Manager ondersteunt geen wijzigingen in de geautoriseerde status die zijn aangebracht via de gebruikersinterface van UCMDB, JMX, of SDK. Het aanbrengen van dergelijke wijzigingen kan leiden tot onverwachte resultaten en het tonen van onjuiste gegevens.
- Als een weergave die is geopend in de module Statusbeheer wordt verwijderd in UCMDB, kunt u in Configuration Manager nog doorwerken met deze weergave. Dit kan leiden tot onvoorspelbaar gedrag.
- De volgende problemen kunnen optreden:
- Nadat u een CI hebt verwijderd uit de werkelijke status in UCMDB, is het label (naam) van het CI niet beschikbaar in Configuration Manager
- Na autorisatie is een CI gemarkeerd als gewijzigd
- Gegevens van samengestelde CI's geven oude informatie weer, terwijl de detailgegevens voor het CI en het tabblad Gewijzigde attributen de nieuwe gegevens tonen
- Bij een versie van UCMDB die is bijgewerkt naar versie 9.03:
- Wijzigingen worden niet gedetecteerd in de werkelijke en de geautoriseerde status
- Detailgegevens van een CI worden niet getoond in Statusbeheer
In deze gevallen ligt het probleem bij de UCMDB-patches. Controleer of alle patches voor UCMDB zijn geïnstalleerd. Zie het hoofdstuk over installatie in de Implementatiegids voor HP Universal CMDB 9.10 Configuration Manager voor meer informatie over het installeren van patches.
- Wijzigingen aan het UCMDB-klassemodel worden pas gedetecteerd in Configuration Manager nadat de Configuration Manager-server opnieuw wordt gestart.
- De door Configuration Manager gegenereerde perspectieven dienen niet te worden gebruikt. Als u een gegenereerd perspectief wilt gebruiken, maak dan een kopie van het betreffende perspectief en werk daarmee.
- Attribuutwijzigingen binnen het in UCMDB gedefinieerde vluchtigheidsbereik worden in Configuration Manager gemeld als wijziging aan een CI.
- Voer de JMX-methode removeZombieCIsFromAuthorizedState niet uit: deze is alleen bedoeld voor ontwikkelingsdoeleinden.
- U kunt geen organisatieregel definiëren waarin een samengesteld CI van het topnivau onder een samengesteld CI van hetzelfde type wordt geplaatst.
- Als u in Configuration Manager een configuratieset hebt bijgewerkt, moet u de server opnieuw starten om de set te activeren.
- Automatische autorisatie van een weergave wordt niet uitgevoerd als een wijziging is aangebracht aan een CI daarin, dat niet in die weergave wordt beheerd. Het CI moet eerst worden geautoriseerd vanuit de weergave waarin het wordt beheerd; daarna wordt automatische autorisatie voor de eerste weergave weer ingeschakeld.
- Topologie-instellingen kunt u bewerken in de pagina Beheer > Serverbeheer > Configuration Manager > Topologiepresentatie > topology-composition.settings. Als u een samenstellend CI toevoegt aan een samengesteld CI in de XML en voor dit samenstellende CI de volgende instelling configureert
relationfromcompositetocomponent="false" (in plaats van "true"),
treedt mogelijk de volgende situatie op: als er geen exemplaar van het samenstellende CI bestaat, wordt het samengestelde CI niet opgenomen in de weergave in Configuration Manager, zelfs als het samengestelde CI bestaat.HP Software Support
Bezoek de website van HP Software Support op:
www.hp.com/go/hpsoftwaresupport
Op deze website vindt u contactgegevens en informatie over de producten, services en ondersteuning die HP Software aanbiedt. Bezoek voor meer informatie de website van HP Support op HP Software Support Online.
De online-ondersteuning van HP Software helpt de klant om problemen zelf op te lossen. Het is een snelle en efficiënte manier om interactieve hulpprogramma's voor technische ondersteuning te gebruiken die u nodig hebt voor uw zakelijke activiteiten. Als klant van HP Support kunt u de ondersteuningswebsite gebruiken om:
- Relevante kennisdocumenten te zoeken
- Verzoeken tot ondersteuning in te dienen en de voortgang ervan te volgen
- Verzoeken tot verbetering online in te dienen
- Softwarepatches te downloaden
- Ondersteuningscontracten te beheren
- Contactpersonen van HP Support op te zoeken
- Informatie over beschikbare services te lezen
- Zaken te bespreken met andere softwareklanten
- Softwareopleidingen te zoeken en u ervoor in te schrijven
Als u de database met oplossingen voor bekende problemen wilt doorzoeken, gaat u naar de zoekpagina van deze database.
Let op: voor de meeste pagina's op deze website moet u zich registreren als HP Passport-gebruiker en u aanmelden. Ook is voor veel pagina's een actief supportcontract nodig. Ga voor meer informatie over toegangsniveaus naar: Access levels.
Om u te registreren voor een HP Passport ID gaat u naar: HP Passport Registration .
Juridische kennisgevingen
GarantieDe enige garanties voor producten en services van HP zijn vastgelegd in de expliciete garantieverklaringen die bij die producten en services worden geleverd. Niets in deze documentatie kan worden uitgelegd of opgevat als rechtgevend op extra garantie. HP is niet aansprakelijk voor technische of redactionele fouten of omissies in dit document.
De informatie in dit document kan zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd.
Beperkte rechtenVertrouwelijke computersoftware. Voor het bezit, gebruik of kopiëren hiervan is een geldige licentie van HP vereist. Conform FAR 12.211 en 12.212 worden commerciële computersoftware, computersoftwaredocumentatie en technische gegevens voor commerciële artikelen onder een standaard commerciële licentie van de leverancier aan de overheid van de Verenigde Staten in licentie gegeven.
Kennisgevingen inzake copyright© Copyright 2005 - 2011 Hewlett-Packard Development Company, L.P
Informatie over handelsmerkenAdobe® en Acrobat® zijn handelsmerken van Adobe Systems Incorporated.
AMD en het AMD-pijllogo zijn handelsmerken van Advanced Micro Devices, Inc.
Google™ en Google Maps™ zijn handelsmerken van Google Inc.
Intel®, Itanium®, Pentium® en Intel® Xeon® zijn handelsmerken van Intel Corporation in de V.S. en andere landen.
Java is een geregistreerd handelsmerk van Oracle en/of haar dochterondernemingen.
Microsoft®, Windows®, Windows NT®, Windows® XP en Windows Vista® zijn in de V.S. geregistreerde handelsmerken van Microsoft Corporation.
Oracle is een geregistreerd handelsmerk van Oracle Corporation en/of haar dochterondernemingen.
UNIX® is een geregistreerd handelsmerk van The Open Group.
Dankbetuigingen· Dit product bevat software die is ontwikkeld door de Apache Software Foundation (http://www.apache.org/licenses).· Dit product bevat OpenLDAP-code van de OpenLDAP Foundation (http://www.openldap.org/foundation/).· Dit product bevat GNU-code van de Free Software Foundation, Inc. (http://www.fsf.org/).· Dit product bevat JiBX-code van Dennis M. Sosnoski.· Dit product bevat de XPP3 XMLPull-parser van Extreme! Lab, Indiana University, die deel uitmaakt van de JiBX-distributie .· Dit product bevat de Office Look and Feels License van Robert Futrell (http://sourceforge.net/projects/officelnfs).· Dit product bevat JEP - Java Expression Parser-code van Netaphor Software, Inc. (http://www.netaphor.com/home.asp).Wij verwelkomen uw opmerkingen over of suggesties voor dit document. U kunt deze per e-mail zenden naar SW-Doc@hp.com.