HP Universal CMDB Readme
voor de besturingssystemen Windows en Linux
Softwareversie: 9.02
Publicatiedatum: Oktober 2010
Dit bestand bevat informatie over HP Universal CMDB (UCMDB) versie 9.02. Klik hier voor informatie over UCMDB 9.01. Klik hier voor informatie over UCMDB 9.00.
Bijgewerkte documentatie
De titelpagina van dit document bevat de volgende identificerende informatie:
Het versienummer: dit geeft de versie van de software aan.
De publicatiedatum: deze verandert telkens wanneer het document wordt bijgewerkt.
Als u wilt zien of er actuelere informatie is, of om te controleren of u de meest actuele editie gebruikt, gaat u naar deze URL: HP Software Product Manuals
Als u een document wilt openen, selecteer dan de gewenste items:
de Product-naam;
het versienummer in de lijst Version;
het besturingssysteem in de lijst Operating System;
de taal in de lijst Language;
en dan de titel van het document.
Klik vervolgens op Open of Download.
U moet Adobe Reader hebben geďnstalleerd om bestanden in PDF-indeling (*.pdf) weer te geven. Ga naar de website van Adobe om Adobe Reader te downloaden.
HP Universal CMDB 9.02 - Bestanden/componenten
HP UCMDB 9.02 bevat de volgende bestanden/componenten:
- HPUCMDB_Server_902.exe. De installatie van HP UCMDB Server versie 9.02 voor het Windows-platform.
- HPUCMDB_Server_902.bin. De installatie van HP UCMDB Server versie 9.02 voor het Linux-platform.
- HPUCMDB_DataFlowProbe_902.exe. De installatie van Data Flow Probe versie 9.02 voor het Windows-platform.
- HPUCMDB_DataFlowProbe_902Linux.bin. De installatie van HP UCMDB Server versie 9.02 voor het Linux-platform.
- Content Pack voor Discovery and Integration 7.00 is opgenomen in UCMDB versie 9.02. U hoeft het content pack niet afzonderlijk te installeren.
- Documentatiebestanden:
- whatsnew.html. Kan worden geopend via het menu Help in HP Universal CMDB.
- readme.html. Dit bestand.
- Map Product Feature Movies. Deze map bevat een verzameling films waarin enkele belangrijke functies in deze release worden gedemonstreerd.
- De PDF van de HP Universal CMDB – Implementatiehandleiding, eveneens in de volgende map: C:\hp\UCMDB\UCMDBServer\deploy\ucmdb-docs\docs\eng\pdfs\
Systeemvereisten
Een lijst met systeemvereisten kunt u vinden in "HP Universal CMDB - ondersteuningsmatrix" in de PDF van de HP Universal CMDB – Implementatiehandleiding.
Installatie van UCMDB Server
Kies een van de volgende procedures om de UCMDB-server te installeren, afhankelijk van de geďnstalleerde versie (als er al een is geďnstalleerd):
- Huidige installatie: Er is geen versie geďnstalleerd. Installeer op basis van het besturingssysteem:
- Windows-platform: Installeer HP UCMDB 9.02.
Pak UCMDB_00033.zip uit in een tijdelijke map. Start vervolgens HPUCMDB_Server_902.exe en volg de instructies in "Installatie van HP Universal CMDB op een Windows-platform" in de PDF van de HP Universal CMDB – Implementatiehandleiding.- Linux-platform: Installeer HP UCMDB 9.02.
Pak UCMDB_00034.zip uit in een tijdelijke map. Start vervolgens HPUCMDB_Server_902.bin en volg de instructies in "Installatie van HP Universal CMDB op een Linux-platform" in de PDF van de HP Universal CMDB – Implementatiehandleiding.- Huidige installatie: HP UCMDB 8.x of HP UCMDB 7.x: Meer informatie over de upgradeprocedure van versie 8.0x naar 9.02 kunt u vinden onder "HP Universal CMDB upgraden van versie 8.0x naar versie 9.0x" in de PDF van de HP Universal CMDB – Implementatiehandleiding.
- Huidige installatie: HP UCMDB 9.01/9.00:
- Stop de UCMDB 9.0x-server voordat u versie 9.02 gaat installeren.
- Voer het installatieprogramma van UCMDB 9.02 uit volgens de bovenstaande instructies.
- Als installatiemap selecteert u de bestaande installatiemap voor 9.0x.
- Als installatietype selecteert u Update van 9.0x.
- Voer de gehele installatieprocedure uit.
- Start de server van versie 9.02. Zie "HP Universal CMDB-services" in de PDF van de HP Universal CMDB – Implementatiehandleiding voor informatie over de serverstatus.
Installatie van Data Flow Probe
- Stop alle bestaande exemplaren van DFM Probe (als u een eerdere versie gebruikt). Zorg ervoor dat de map DFM 9.01/9.00 volledig is verwijderd.
- Verwijder alle bestaande DDM- of Data Flow-probes:
- Pak UCMDB_00033.zip (Windows) of UCMDB_00034.zip (Linux) uit in een tijdelijke map.
- Start HPUCMDB_DataFlowProbe_902.exe (Windows) of HPUCMDB_DataFlowProbe_902Linux.bin (Linux) vanuit de tijdelijke map die u eerder hebt gemaakt.
- Start Data Flow Probe versie 9.02.
Adapterupgrade
Voor alle meegeleverde adapters: As u een adapterconfiguratie hebt gewijzigd in een eerdere versie, wordt het ten zeerste aanbevolen om alle adapterbestanden van die versie op te slaan en de wijzigingen opnieuw aan te brengen in de adapterbestanden van versie 9.02.
Voor alle niet-meegeleverde adapters: u moet deze adapters opnieuw implementeren in versie 9.02. Raadpleeg "Pakketbeheer" in HP UCMDB - Handleiding Beheer voor meer informatie.
Belangrijk: alle adapters moeten compatibel zijn met het nieuwe 9.0 klassemodel (BDM). Als u wijzigingen aanbrengt in bestaande meegeleverde adapters, moet u dezelfde wijzigingen aanbrengen in de adapterbestanden in de 9.02-versie. U moet deze bestanden dus niet kopiëren uit versie 8.0x en de bestanden in versie 9.02 overschrijven.
Opmerkingen en beperkingen
In dit gedeelte vindt u de volgende onderwerpen:
Installatie
- Het standaardwachtwoord van gebruikers kan tijdens de installatie niet worden gewijzigd (bijvoorbeeld van de systeembeheerder of de integratiegebruiker). Gebruik de JMX-console om het wachtwoord te wijzigen.
- Wanneer de modus voor maximale beschikbaarheid actief is, moet u zich aanmelden bij de tool Serverbeheer met behulp van het adres van de actieve server.
Upgrade
- De stappen Validate Class Model en Update Class Model in het upgradeproces zijn samengevoegd tot één procedure en worden achter elkaar uitgevoerd. Als uitvoering van het tweede gedeelte (upgrade) mislukt, worden beide stappen opnieuw achter elkaar uitgevoerd.
- Bij een upgrade van versie 8.0x naar versie 9.02 kan de Data Flow Probe de server niet bijwerken met taakresultaten als het IP-adres van de probe verandert (en de probe-ID blijft hetzelfde).
- Als u bij de upgrade van versie 9.0x naar versie 9.02 een grotere geschiedenisdatabase betrokken is, kan de eerste keer opstarten van de server enige tijd duren. Onderbreek dit opstartproces niet en wacht totdat de server volledig is opgestart.
- Het upgradeproces is niet van toepassing op LDAP-serverinstellingen. U moet de LDAP-verbindingsconfiguratie opnieuw definiëren na de upgrade naar 9.02 (gebruikerstoewijzingen worden wel geüpgraded).
HP UCMDB
- Als het foutbericht Connectie met database mislukt of Fout bij connectie maken vanuit pool wordt weergegeven in het bestand UCMDB-error.log (in de map C:\hp\UCMDB\UCMDBServer\runtime\log\), gaat u als volgt te werk:
- Open het bestand connection_pool.conf (in de map C:\hp\UCMDB\UCMDBServer\conf\).
Opmerking: als voor uw systeem een upgrade is uitgevoerd van UCMDB versie 9.01 of 9.00, maakt u het bestand met behulp van een teksteditor.
- Voeg de volgende parameter toe of hef de markering ervan op:
maxPoolSize=50
Het bestand Connection_pool.conf configureert eigenschappen die betrekking hebben op de databaseverbindingspool. De standaardinhoud ervan is:
# DB Connection pool defaults.
#maxPoolSize=10
#minPoolSize=2
#maxWaitForConnectionSec=10
# 0=FAIL, 1=BLOCK, 2=GROW
#whenExhaustedAction=1
U kunt het volgende configureren:
- minimum en maximum aantal verbindingen in de pool.
- whenExhaustedAction - wat er moet gebeuren bij het aanvragen van een nieuwe verbinding en er geen vrije verbindingen in de pool blijken te zijn. Geldige waarden zijn fail, wait (BLOCK) of nieuwe verbinding toevoegen aan pool (GROW).
- maxWaitForConnectionSec - de maximale wachttijd wanneer whenExhaustedAction=BLOCK.
- Nadat de server opnieuw is opgestart, is het mogelijk dat u zich enkele minuten lang niet kunt aanmelden, ook al is de aanmeldingspagina beschikbaar.
- Systeemstatus is niet beschikbaar in versie 9.02, maar zal in een latere versie worden opgenomen.
- Wanneer u een directe koppeling genereert van IT Universe Manager naar een perspectiefgebaseerde weergave, werkt de koppeling niet.
- Als u een geëxporteerde TQL wilt gebruiken als invoer voor de webservice executeTopologyQueryWithParameters, meldt u zich aan bij de JMX-console: open uw webbrowser en voer het volgende adres in: http://<hostnaam of IP-adres van UCMDB-server>:8080/jmx-console. Wellicht zult u zich moeten aanmelden met een gebruikersnaam en wachtwoord. De standaardinstelling is sysadmin/sysadmin.
- Klik onder UCMDB op UCMDB:service=TQL Services om de weergavepagina van JMX MBEAN te openen.
- Zoek naar de bewerking exportTql.
- Typ 1 in het parametervak customerId.
- Voer in het parametervak patternName een geldige TQL-naam in.
- Klik op Aanroepen.
Gebruik de resulterende XML-code als invoer voor de webservice executeTopologyQueryWithParameters. Zie "executeTopologyQueryWithParameters" in de HP Universal CMDB - Referentiehandleiding voor ontwikkelaars.
- De tool dbtool consistency wordt gestart zonder enig inleidend bericht. Voordat de tool wordt gestart, krijgen gebruikers bijvoorbeeld geen tips te zien over het maken van back-ups van gegevens of het stoppen van de server. Er worden ook geen schema's weergegeven die door de tool worden beďnvloed.
- Standaard kunt u geen configuratiebestanden vergelijken omdat de kwalificator Comparable van het DocumentContent-attribuut van het ConfigurationDocument-CIT niet is geselecteerd. Om configuratiebestanden te kunnen vergelijken, dubbelklikt u op het attribuut om het dialoogvenster Attribuut bewerken te openen. Op het tabblad Geavanceerd schakelt u het selectievakje Vergelijkbaar in.
Modellering
- Wanneer u een weergave maakt op basis van de sjabloon met een parameter die is gedefinieerd met behulp van de In-operator, en als u voor die parameter een lege waarde opgeeft, wordt er een fout gegenereerd wanneer u de sjabloongebaseerde weergave probeert te bekijken of te berekenen.
- Als u tijdens het definiëren van de rapportinstellingen in Modeling Studio een CI op de ene laag verwijdert, wordt een functie op een hogere laag die op dat CI is gebaseerd, niet automatisch verwijderd.
- Bij het definiëren van attributen in het dialoogvenster Eigenschappen query-knooppunt zijn parameterwaarden toegestaan wanneer de Is null-operator is geselecteerd.
- Wanneer u een weergave verwijdert in Modeling Studio, wordt tevens de daaraan gekoppelde TQL-query verwijderd.
- Er kunnen geen berekende relaties naar CI-typebeheer worden geďmporteerd vanuit een XML-bestand.
- Er kunnen geen waarden in een lijstindeling worden geplakt in het veld Waarde van het tabblad Attribuut in het dialoogvenster Eigenschappen query-knooppunt wanneer de In-operator is geselecteerd.
- Verouderde CI-typen worden niet weergegeven als doorgehaalde tekst als de lettergrootte kleiner is dan 14 punten.
- Wanneer u in de wizard voor meerdere sjabloongebaseerde weergaven in Modeling Studio waarden importeert vanuit een CSV-bestand, worden waarden voor een attribuut van het type Opsomming niet automatisch geladen.
- Het filter in het dialoogvenster Elementexemplaren tonen werk niet correct wanneer de Is null-operator is geselecteerd.
Rapporten
- Rapporten die zijn ingepland voordat een upgrade wordt uitgevoerd, worden niet gestart nadat de upgrade is uitgevoerd en moeten opnieuw worden ingepland voor uitvoering na de upgrade.
- De knop E-mail verzenden in de module Rapporten werkt niet voor gearchiveerde rapporten wanneer het selectievakje Directe koppeling in het dialoogvenster Rapport inplannen is ingeschakeld.
- Wanneer u in een Kandidaten voor verwijdering-rapport probeert in te zoomen op de verwijderde CI's, wordt er een fout gegenereerd.
Confidential Manager
- Als u de standaard domeinnaam op de UCMDB-server wijzigt, controleert u eerst of de Data Flow Probe niet wordt uitgevoerd. Nadat de standaard domeinnaam is toegepast, moet u het script DataFlowProbe\tools\clearProbeData.bat starten vanaf Data Flow Probe.
Opmerking: door het script clearProbeData.bat uit te voeren ontstaat er een detectiecyclus aan de kant van de probe zodra deze is gestart.
- Wanneer Data Flow Probe wordt gestart op een Linux-machine, worden er Confidential Manager-fouten weergegeven in het WrapperProbeGW.log-bestand en kan de probe geen referenties ophalen van de UCMDB-server.
Om deze fouten te voorkomen, verwijdert u de volgende bestanden nadat Probe is geďnstalleerd maar voordat Probe is gestart:
- /opt/hp/UCMDB/DataFlowProbe/conf/security/secured_storage.bin
- /opt/hp/UCMDB/DataFlowProbe/conf/security/cmcache.bin
Nadat Probe is gestart, wordt er een fout weergegeven in het WrapperProbeGW.log-bestand: Failed to get CM configuration from secured storage. Deze fout kan worden genegeerd omdat deze geen gevolgen heeft voor de functionaliteit van Probe.
Lightweight Single Sign-On
Ga naar "Verificatie bij Lightweight via eenmalige aanmelding (Single Sign-On (LW-SSO)) - Algemene leidraad" in de PDF van de HP Universal CMDB - Implementatiehandleiding voor informatie over beveiliging wanneer u werkt met LW-SSO.
Data Flow-beheer
- Als u (voor het eerst) een vullingstaak start voor een TQL-query die op dat moment wordt bewerkt, kan door het opslaan van de query de status "Actief" van de query worden verwijderd, waardoor de taak mislukt. In dat geval wordt het probleem verholpen door opnieuw een volledige vullingstaak uit te voeren.
- Nadat Data Flow Probe is verwijderd, blijven mysqld.exe en bijbehorende bestanden aanwezig. Om alle bestanden te verwijderen, moet u de machine waarop Data Flow Probe was geďnstalleerd, opnieuw opstarten.
- SQL-protocol: Met het veld Versleutelingsmethode kunt u SSL-ondersteuning kiezen voor Oracle-verbindingen.
- SNMP-protocol: Het Privacy-algoritme ondersteunt nu zowel DES- als AES-algoritmes.
- Wanneer meerdere Data Flow Probes gelijktijdig "touch"-informatie naar de UCMDB-server verzenden, kan de server overbelast raken. Om een handmatige taakverdeling mogelijk te maken tussen de verschillende Data Flow Probes die worden uitgevoerd op de UCMDB-server, kunt u de tijd instellen waarop elke probe de "touch" moet melden:
- Open het bestand DiscoveryProbe.properties in een teksteditor.
- Ga naar de regels die beginnen met # Is touch window mechanism active:
- Wijzig de parameter appilog.agent.probe.touchWindowMechanism.isActive in true.
- Stel de tijd in waarop de probe de "touch" moet melden.
- Sla het bestand op.
Met deze parameters kunnen de probes "touching" uitvoeren in niet-overlappende perioden. Zie "Overzicht verouderingsmechanisme" in HP UCMDB – Handleiding Beheer voor meer informatie over "touching".
- Het tabblad Adapterbeheer in de applicatie Adapterbeheer heet nu Adapterconfiguratie.
- Om overbelasting van de machine met Data Flow Probe te voorkomen, kunt u een beperking instellen voor het aantal externe processen dat gelijktijdig wordt uitgevoerd. Ga naar de parameter appilog.agent.local.services.maxRemoteProcesses in het bestand DiscoveryProbe.properties. De standaardwaarde is onbeperkt (-1). Wijzig de waarde in het maximum aantal processen dat gelijktijdig kan worden uitgevoerd. Als u deze waarde wijzigt, moet u de probe opnieuw opstarten. (Deze overbelasting kan optreden bij het activeren van bepaalde standaardtaken die voor elke bestemming een Java-proces starten, zoals J2EE- of SAP-taken.)
- Wanneer u probeert Data Flow Probe-gegevens te wissen op een probe die op een Linux-machine is geďnstalleerd, wordt het volgende foutbericht weergegeven:
/opt/hp/UCMDB/DataFlowProbe/log/probe_setup.log: Dit bestand of deze map bestaat niet
Kan geen verbinding met de database tot stand brengen met behulp van het opgegeven wachtwoord.
Om het clearProbeData.sh-script te kunnen gebruiken, voert u de volgende opdrachten uit in de shell van de Linux-machine waarop de Integration Probe wordt uitgevoerd:
mkdir /opt/hp/UCMDB/DataFlowProbe/log
mkdir /opt/hp/UCMDB/DataFlowProbe/runtime/probeManager/discoveryScripts/
touch /opt/hp/UCMDB/DataFlowProbe/runtime/probeManager/discoveryScripts/dummy
Vervolgens past u het script handmatig aan: vervang overal in het script de opdracht rm -r door rm -rf om te zorgen dat het script werkt.
- Wanneer u werkt met trigger-CI's in Bedieningspaneel Discovery, worden resultaten alleen als een lijst en niet als een kaart weergegeven. Door op de knop Resultaten weergeven als kaart te klikken, wordt een foutbericht weergegeven.
- Gedownloade jar-bestandsbronnen kunnen ertoe leiden dat de probe opnieuw wordt gestart voordat alle andere bronnen van een adapterpakket zijn gedownload. Om dit te voorkomen is de reset-tijd standaard ingesteld op 40 minuten. U kunt deze tijd wijzigen:
Ga naar de parameter appilog.agent.probe.restartProbeAfterJarDownload.interval in het bestand DiscoveryProbe.properties. Het uitstel tot de herstart van de eerste download van bronnen (dat wil zeggen, voor een eerste start of na het wissen van de probe-gegevens) is 10 milliseconden.
Integratie
- Als u (voor het eerst) een vullingstaak start voor een TQL-query die op dat moment wordt bewerkt, kan door het opslaan van de query de status "Actief" van de query worden verwijderd, waardoor de taak mislukt. In dat geval wordt het probleem verholpen door opnieuw een volledige vullingstaak uit te voeren.
- Nadat een taak met succes is uitgevoerd, blijft de status "Geslaagd" ook nadat de taakdefinitie is gewijzigd (bijvoorbeeld door een andere TQL-query te selecteren of verwijderen in te schakelen) en opgeslagen.
- Omdat de UCMDB 9.x-adapter met de vullingsengine voor wijzigingen werkt, en als een vullingstroom federated gegevens ophaalt, wordt er niets uit de CMDB verwijderd omdat de federation alleen toegevoegde of bijgewerkte gegevens genereert.
- Als UCMDB geen integratiepunt kan laden (bijvoorbeeld omdat de Data Flow Probe of een externe host is uitgeschakeld), wordt er een bericht weergegeven. De gebruiker kan ervoor kiezen het integratiepunt en alle daarvoor geplande taken en federated klassen uit te schakelen. Het integratiepunt wordt nu wel geladen.
- Wanneer u met Integration Studio een integratie maakt en Beheer van afstemmingsprioriteit opslaat en sluit, worden waarden voor attribuutprioriteit opnieuw ingesteld wanneer u Beheer van afstemmingsprioriteit de volgende keer opent.
- Nadat u in Integration Studio een taak hebt opgeslagen die als planning "jaarlijks" heeft, wordt de geplande herhaling weergegeven op het tabblad Cron, ook al blijft de planning ingesteld op "jaarlijks".
- Wanneer tijdens het definiëren van het integratiepunt een probe wordt geselecteerd, zien gebruikers de lijst met probe-managers en niet de lijst met probes. Dit probleem heeft alleen betrekking op de weergave en heeft geen gevolgen voor het werken in Integration Studio.
- Als u een eigenschapvoorwaarde instelt voor een queryknooppunt die gegevens uit externe gegevensbronnen haalt (federation) en de voorwaarde wordt niet door een van de gegevensbronnen ondersteund, zal de berekening van de TQL-query mislukken.
- Een exemplaar van een abstract of federated CIT kan niet worden gemaakt met IT Universe Manager of de wizard Trigger-CI.
- Bij het instellen of verwijderen van federated CIT's kan het lang duren voordat wijzigingen in de UI verschijnen.
- De database EMC Control Center (ECC) bevat geen WWN-informatie (World Wide Name) voor FCHBA's (Fiber Channel Host Bus Adapters) die aan opslagmatrices gekoppeld zijn. Daarom wordt door deze discovery het WWN-attribuut van FCHBA-CI's gevuld met de ECC-ID (intern voor ECC) van de HBA. Het script vult bovendien het data_note-attribuut van elke van deze FCHBA-CI's met een notitie dat ECC geen WWN-informatie bevat en dat dupliceren van dit CI mogelijk is.
Gecorrigeerde fouten in UCMDB
Inhoud van Discovery and Integration
Content Pack voor Discovery and Integration 7.00 is opgenomen in UCMDB versie 9.02. U hoeft het content pack niet afzonderlijk te installeren.
- Documentatie voor machtigingen. Content Pack 7.00 bevat een bijgewerkt document waarin alle vereiste referenties voor elke discovery-taak worden beschreven. Het bestand bevindt zich in de volgende map: C:\hp\UCMDB\UCMDBServer\deploy\ucmdb-docs\docs\eng\pdfs\Permissions.pdf.
- Elk DDM Content Pack is accumulatief van opzet, hetgeen betekent dat elk pack alle inhoud van eerdere content packs bevat. Zo is in Content Pack 7.00 ook de inhoud van Content Pack 6.00 opgenomen. Daarom kunt u de installatie van Content Pack 7.00 uitvoeren zonder eerst Content Pack 6.00 te hoeven installeren.
- U kunt geen content pack installeren als u reeds een latere content pack hebt geďnstalleerd. U kunt bijvoorbeeld Content Pack 6.00 niet installeren als Content Pack 7.00 al is geďnstalleerd. Dit is het gevolg van de huidige implementatiebeperkingen in Pakketbeheer.
- Elke installatie van een Content Pack overschrijft alle kant-en-klare bronnen met de inhoud uit het Content Pack. Dat betekent dat alle wijzigingen die u hebt aangebracht in die bronnen op dat moment verloren gaan. Dit betreft de volgende bronnen: TQL's, Weergaven, Enrichments, Rapporten, Discovery-Jython-scripts, Discovery-adapters, Discovery-bronnen, Discovery-configuratiebestanden, Discovery-modules, CI-typen en relaties. (Attributen die zijn toegevoegd aan CI-typen en relaties worden niet overschreven).
In het algemeen is het raadzaam geen meegeleverde bronnen te wijzigen. Houd, als dat toch nodig is, in elk geval uw wijzigingen bij, zodat u ze opnieuw kunt toepassen na het installeren van een Content Pack. Belangrijke algemene reparaties (die niet specifiek zijn voor uw omgeving) kunt u naar CSO sturen voor analyse en opname in een volgend Content Pack.
- Wijzigingen aan inhoud van HP Universal Discovery and Dependency Mapping vinden alleen plaats in Content Packs en niet in Service Packs.
- Siebel discovery. Als de Data Flow-probe is geďnstalleerd op een 64-bits machine op een Windows-platform, plaatst u de stuurprogramma's ntdll.dll, MSVCR70.DLL en msvcp70.dll samen met de Siebel-stuurprogramma's in de map met Siebel-stuurprogramma's op de probe-machine. Gegevens van deze map geeft u op in de Siebel-referentieset (Pad naar Siebel Client). Zie "Siebel Gateway Protocol" in de HP Universal CMDB – Handleiding Discovery and Integration Content.
Deze stuurprogramma's bestaan gewoonlijk op een 32-bits machine en kunnen worden gekopieerd naar de 64-bits machine.
- DB2-databases worden niet gedetecteerd door databaseverbindingen via een WMI-taak omdat er geen DB2-gegevens beschikbaar zijn in het Windows-register.
- Verholpen fouten en escalaties:
Updates voor Content Pack-documentatie
De nieuwste versie van de relevante documenten kunt u openen op de volgende webadressen:
- <http://SERVERNAAM:POORT/ucmdb-ui>/docs/DDMContent.jsp – Handleiding Discovery and Integration Content
- <http://SERVERNAAM:POORT/ucmdb-ui>/docs/permissions.jsp – Handleiding Machtigingen
- <http://SERVERNAAM:POORT/ucmdb-ui>/docs/readme.jsp – de Release-opmerkingen (dit bestand)
- <http://SERVERNAAM:POORT/ucmdb-ui>/docs/whatsnew.jsp – Nieuw in deze release
Meertalige ondersteuning
- De upgradewizard voor versie 9.02 ondersteunt nu de niet-Engelse gebruikersinterface.
- Om redenen van compatibiliteit kunnen namen van integratiepunten en van Data Flow-beheertaken alleen Engelse letters, cijfers en het liggend streepje (_) bevatten.
- Omdat de maximum tekenreekslengte voor veel UCMDB-parameters in bytes wordt aangegeven en gedocumenteerd, is de feitelijke acceptabele waardelengte korter wanneer multi-byte of taalspecifieke tekens worden gebruikt. Zo bestaan Aziatische karakters met UTF-8-codering uit 3 bytes, terwijl tekens voor sommige Europese talen uit 2 bytes bestaan.
- In Enrichment-beheer worden vereiste attributen in het dialoogvenster Knooppuntdefinitie niet vet gemarkeerd voor de Japanse, Chinese en Koreaanse versies.
- Er mogen geen niet-Engelse tekens worden gebruikt in het UCMDB-installatiepad of in paden naar verschillende eigenschappen- of adapterbestanden.
- Er mogen geen multi-byte tekens worden gebruikt in wachtwoorden van gebruikers.
- De acties in ingeplande taken worden opgeslagen met gelokaliseerde namen (op basis van de ingestelde taal), maar die namen worden weergegeven zonder enige afhankelijkheid van de landinstelling. Dergelijke actienamen kunnen dr de gebruiker worden gewijzigd en zijn derhalve gebruikerspecifiek.
- U kunt nu e-mailinstellingen configureren met behulp van multi-byte tekens. Deze instellingen zijn verplaatst naar Beheer infrastructuurinstellingen.
- Cirkeldiagrammen in ingeplande rapporten worden weergegeven op basis van de landinstelling van de server.
Oplossing: Open het cirkeldiagram met de gewenste landinstelling in een browservenster en bewerk het diagram rechtstreeks.- Excel geeft UTF-8-gecodeerde CSV-documenten nu correct weer. De oplossing die wordt vermeld op pagina 454 van de PDF van de HP Universal CMDB – Implementatiehandleiding is niet meer nodig.
HP Universal CMDB Readme 9.01
voor de besturingssystemen Windows en Linux
Softwareversie: 9.01
Publicatiedatum: Juli 2010
Dit bestand geeft informatie over HP Universal CMDB (UCMDB) versie 9.01. Klik hier voor informatie over UCMDB 9.00.
Bijgewerkte documentatie
De titelpagina van dit document bevat de volgende identificerende informatie:
Als u wilt zien of er actuelere informatie is, of om te controleren of u de meest actuele editie gebruikt, gaat u naar deze URL: HP Software Product Manuals
Als u een document wilt openen, selecteer dan de gewenste items:
U moet Adobe Reader hebben geďnstalleerd om bestanden in PDF-indeling (*.pdf) weer te geven. Ga naar de website van Adobe om Adobe Reader te downloaden.
HP Universal CMDB 9.01 - Bestanden/componenten
HP UCMDB 9.01 bevat de volgende bestanden/componenten:
- HPUCMDB_Server_901.exe. De installatie van versie 9.01 van HP UCMDB Server voor het Windows-platform.
- HPUCMDB_Server_901.bin. De installatie van versie 9.01 van HP UCMDB Server voor het Linux-platform.
- HPUCMDB_DataFlowProbe_901.exe. De installatie van versie 9.01 van Data Flow Probe.
- Documentatiebestanden:
- whatsnew.html. Kan worden geopend via het menu Help in HP Universal CMDB.
- readme.html. Dit bestand.
- Map Product_Feature_Movies. Deze map bevat een verzameling films waarin enkele belangrijke functies in deze release worden gedemonstreerd.
- De PDF van de HP Universal CMDB – Implementatiehandleiding, eveneens in de volgende map: C:\hp\UCMDB\UCMDBServer\deploy\ucmdb-docs\docs\eng\pdfs\
Systeemvereisten
Een lijst met systeemvereisten kunt u vinden in "HP Universal CMDB - ondersteuningsmatrix" in de PDF van de HP Universal CMDB – Implementatiehandleiding.
Installatie van UCMDB Server
Kies een van de volgende procedures om de UCMDB-server te installeren, afhankelijk van de geďnstalleerde versie (als er al een is geďnstalleerd):
- Huidige installatie: Er is geen versie geďnstalleerd. Installeer op basis van het besturingssysteem:
- Windows-platform: Voer de installatie van HP UCMDB 9.01 uit als een volledige installatie. Pak UCMDB_00029.zip uit in een tijdelijke map. Start vervolgens HPUCMDB_Server_901.exe en volg de instructies in "Installatie HP Universal CMDB op een Windows-platform" in de PDF van de HP Universal CMDB – Implementatiehandleiding.
- Linux-platform: Voer de installatie van HP UCMDB 9.01 uit als een volledige installatie. Pak UCMDB_00030.zip uit in een tijdelijke map. Start vervolgens HPUCMDB_Server_901.bin en volg de instructies "Installatie HP Universal CMDB op een Linux-platform" in de PDF van de HP Universal CMDB – Implementatiehandleiding.
- Huidige installatie: HP UCMDB 8.x of HP UCMDB 7.x: Meer informatie over de upgradeprocedure van versie 8.0x naar 9.01 kunt u vinden onder "Upgraden naar UCMDB 9.02" in de PDF van de HP Universal CMDB – Implementatiehandleiding.
- Huidige installatie: HP UCMDB 9.00:
- Maak een back-up van de map C:\hp\UCMDB\UCMDBServer\runtime\fcmdb uit de 9.00-installatie.
- Verwijder versie 9.00.
- Installeer versie 9.01 aan de hand van de bovenstaande instructies.
- Koppel versie 9.01 aan het bestaande 9.00-databaseschema met behulp van de UCMDB-configuratiewizard. Zie "Configuratie UCMDB-server" in de PDF van de HP Universal CMDB – Implementatiehandleiding voor meer informatie.
- Kopieer de map C:\hp\UCMDB\UCMDBServer\runtime\fcmdb uit de back-up van de versie 9.00-installatie naar de de installatiemap van versie 9.01 (op hetzelfde pad).
- Start versie 9.01. Zie "HP Universal CMDB-services" in de PDF van de HP Universal CMDB – Implementatiehandleiding voor informatie over de serverstatus.
Wanneer de server is opgestart, u de webbrowser op de machine met UCMDB Server en voert u het volgende adres in: http://<hostnaam of IP-adres van UCMDB-server>:8080/jmx-console. Wellicht zult u zich moeten aanmelden met een gebruikersnaam en wachtwoord. De standaardinstelling is sysadmin/sysadmin.
- Klik onder UCMDB op UCMDB:service=Packaging Services om de weergavepagina van JMX MBEAN te openen.
- Zoek naar de bewerking updateResources. Bij deze methode worden de volgende parameters geaccepteerd:
- Typ 1 in het parametervak customerId.
- Klik op Aanroepen.
Installatie van Data Flow Probe
- Stop alle bestaande exemplaren van DDM Probe (als u een eerdere versie gebruikt). Zorg ervoor dat de map DFM 9.00 volledig is verwijderd.
- Pak UCMDB_00029.zip (Windows) of UCMDB_00030.zip (Linux) uit in een tijdelijke map.
- Verwijder alle bestaande DDM- of Data Flow-probes via Start > Programma's > HP UCMDB (of HP DDM) > DDM Probe verwijderen (of Data Flow Probe verwijderen).
- Start HPUCMDB_DataFlowProbe_901.exe vanuit de tijdelijke map die u eerder hebt gemaakt.
- Start Data Flow Probe versie 9.01.
Adapterupgrade
Voor alle meegeleverde adapters: as u een adapterconfiguratie hebt gewijzigd in een eerdere versie, wordt het ten zeerste aanbevolen om alle adapterbestanden van die versie op te slaan en de wijzigingen opnieuw aan te brengen in de adapterbestanden van versie 9.01.
Voor alle niet-meegeleverde adapters: u moet deze adapters opnieuw implementeren in versie 9.01. Raadpleeg "Pakketbeheer" in HP UCMDB - Handleiding Beheer voor meer informatie.
Belangrijk: alle adapters moeten compatibel zijn met het nieuwe klassemodel (BDM). Als u wijzigingen aanbrengt in bestaande meegeleverde adapters, moet u dezelfde wijzigingen aanbrengen in de adapterbestanden in de 9.01-versie. U moet deze bestanden dus niet kopiëren uit versie 8.04 en de bestanden in versie 9.01 overschrijven.
Opmerkingen en beperkingen
In dit gedeelte vindt u de volgende onderwerpen:
Installatie
- Het standaardwachtwoord van gebruikers kan tijdens de installatie niet worden gewijzigd (bijvoorbeeld van de systeembeheerder of de integratiegebruiker). Gebruik de JMX-console om het wachtwoord te wijzigen.
- Bij het uitvoeren met maximale beschikbaarheid op een cluster kunt u zich bij tool Serverbeheer alleen aanmelden op de server waar de tool voor het eerst werd uitgevoerd.
Upgrade
- Het upgradeproces is niet van toepassing op de volgende bronnen.
- De functionaliteit voor het alleen upgraden van bronnen wordt niet ondersteund in versie 9.01. Neem contact op met HP Software Support voor een oplossing. De upgrade komt beschikbaar in versie 9.02.
- Bij een upgrade van UCMDB 8.x naar 9.01 in een Linux-omgeving met behulp van de upgradetool voert u de volgende instructies uit om het bestand upgrade.sh bij te werken:
- Ga op de Linux 9.01-machine naar het bestand in de volgende map: <UCMDB-installatiemap>/ tools.
- Maak een back-up van het bestand upgrade.sh.
- Open het bestand upgrade.sh op <UCMDB-installatiemap>/ tools
- Vervang het oorspronkelijke upgrade.sh door de volgende tekst:
- Sla het bestand op.
- Start het bestand: ./upgrade.sh.
- De upgradetool wordt geopend.
HP UCMDB
- Alleen een integratiegebruiker kan verbinding maken met de UCMDB via de UCMDB Java API-set. Verbindingspogingen door andere typen gebruikers kunnen fouten veroorzaken, ook bij gebruik van LDAP-verificatie.
- Systeemstatus is niet beschikbaar in versie 9.01, maar zal in een latere versie worden opgenomen.
- Wanneer u in het hoofdmenu van Modeling Studio Weergave selecteert en vervolgens een van de tabbladen in het linker deelvenster (Bronnen, CI-kiezer of CI-typen) probeert te verbergen, worden alle tabbladen verborgen.
- In Modeling Studio worden de operators Gewijzigd in periode of Ongewijzigd in periode voor datumattributen alleen ondersteund als u de query wijzigt in NOT ACTIVE. Nadat deze operators zijn toegevoegd, wordt de query standaard automatisch ingesteld op NOT ACTIVE.
- In de module Rapporten kan een rapport niet vanuit de boomstructuur naar het tekenpapier worden gesleept om het daar te openen. U moet dubbelklikken op het rapport of Rapport openen op de werkbalk selecteren.
- Wanneer u werkt met federated CIT's in Modeling Studio, herkent de wizard Gerelateerd query-knooppunt toevoegen geen CIT's met exemplaren. Als het selectievakje Toon alleen CIT's met exemplaren is ingeschakeld, wordt er geen boomstructuur weergegeven. Als u het selectievakje Toon alleen CIT's met exemplaren check uitschakelt, wordt er een CIT-structuur geopend met nul exemplaren voor alle CIT's, ook al zouden sommige CIT's exemplaren kunnen hebben.
- Het rapport Gerelateerde CI's ophalen in IT Universe Manager is niet beschikbaar in versie 9.01. U kunt deze beperking omzeilen door de resultaten van de gerelateerde CI's te exporteren in tekstmodus.
- In IT Universe Manager werkt de optie Gegevens exporteren naar bestand niet in de tekstmodus voor CSV-, Excel- of XML-rapporten vanaf het tabblad Weergaveresultaten. Van daaruit kunt u gegevens exporteren naar een PDF-bestand. Op de tabbladen Gerelateerde items in weergave en Gerelateerde items in database werken alle exportopties correct.
- In de module CI-levenscyclus wordt de optie Filter niet ondersteund en is de knop Filter wissen niet actief.
- Het gebruik van directe koppelingen naar een perspectiefgebaseerde weergave wordt niet ondersteund.
- Wanneer in Modeling Studio een sjabloon wordt verwijderd, is er geen optie om de afhankelijke weergaven los te koppelen van de sjabloon.
- Wanneer in Modeling Studio een sjabloon wordt verwijderd, wordt de TQL-query waarop de sjabloon is gebaseerd, niet automatisch verwijderd.
- Wanneer in Modeling Studio een perspectief wordt verwijderd, is er geen optie om de afhankelijke weergaven los te koppelen van het perspectief.
- Wanneer in Modeling Studio een perspectiefgebaseerde weergave wordt verwijderd, wordt de TQL-query waarop die weergave is gebaseerd, niet automatisch verwijderd.
- De opties Momentopname weergeven en Statistieken weergeven ontbreken in het rapport Weergavewijzigingen.
- Wanneer HP Universal CMDB wordt geopend via de IIS Web-server, kan de JMX-console niet worden geopend via de URL van de IIS-server. U moet de JMX-console rechtstreeks met de URL van de UCMDB Server openen.
- In het dialoogvenster Query-knooppunten groeperen van Modeling Studio is het veld Min. aantal in groep vervangen door het veld Expressie vastlegging groepsindex, waarmee wordt aangegeven welk gedeelte van de reguliere expressie relevant is voor het groeperen. Voer 0 om aan te geven dat de volledige expressie relevant is.
- U kunt een weergave instellen als een verborgen weergave die niet verschijnt in IT Universe Manager, door als volgt een groep verborgen weergaven te definiëren:
- Selecteer in Infrastructuurinstellingenbeheer Verborgen bundelnamen in CI-kiezer.
- Voer de naam van de nieuwe bundel in als de standaardwaarde en sla de instelling op.
- Open de relevante weergave in Modeling Studio en klik op de knop Eigenschappen weergavedefinitie
- Selecteer in het dialoogvenster Eigenschappen weergavedefinitie de bundel verborgen weergaven en wijs de weergave toe aan de bundel.
- De uitvoering van de wizard Configuratie UCMDB-server mislukt bij een poging tot verbinding met schema's die handmatig of met behulp van het SQL-script zijn gemaakt. (Dit wordt verholpen in versie 9.02.) U kunt deze beperking omzeilen met behulp van de volgende procedure:
- Voer de wizard Configuratie UCMDB-server uit. Zie "De wizard Configuratie UCMDB-server openen" in de PDF van de HP Universal CMDB – Implementatiehandleiding voor meer informatie. Selecteer in het dialoogvenster CMDB-schema de optie Verbinding maken met bestaand schema.
Voer de benodigde verbindingsgegevens in. Klik op OK.
Negeer eventuele foutberichten.
Sluit de configuratiewizard door op Annuleren te klikken.
Controleer of het bestand cmdb.conf aanwezig is in de map conf.
- Start de HP Universal CMDB Server. Zie "De service HP Universal CMDB-server starten en stoppen" in de PDF van de HP Universal CMDB – Implementatiehandleiding voor meer informatie.
De server wordt niet gestart en genereert een uitzondering.
- Voer de configuratiewizard nogmaals uit.
Voer opnieuw de ontbrekende parameters in.
Deze keer wordt de uitvoering van de wizard zonder problemen voltooid.
- Start de HP Universal CMDB Server op de gebruikelijke manier.
- Wanneer u een adapterpakket bijwerkt, kunt u beter Kladblok++ dan Kladblok gebruiken om de sjabloonbestanden te bewerken. Hiermee wordt het gebruik voorkomen van speciale symbolen die ertoe kunnen leiden dat de implementatie van het pakket mislukt.
- Wanneer u in Modeling Studio een exemplaargebaseerd model maakt, wordt er een fout gegenereerd als u probeert gerelateerde CI's toe te voegen voordat u het model opslaat. U moet het model maken, opslaan en dan pas de gerelateerde CI's toevoegen.
- Door in Modeling Studio een perspectiefgebaseerde weergave te bewerken met de volgende acties wordt een juiste werking van deze weergave verstoord:
Lightweight Single Sign-On
Ga naar "Verificatie bij Lightweight via eenmalige aanmelding (Single Sign-On (LW-SSO)) - Algemene leidraad" in de PDF van de HP Universal CMDB - Implementatiehandleiding voor informatie over beveiliging wanneer u werkt met LW-SSO.
LDAP
- LDAP configureren voor Active Directory: De volgende instellingen moeten worden toegevoegd aan Infrastructuurinstellingen (Beheer > Infrastructuurinstellingen):
- In de categorie LDAP - algemeen wijzigt u de waarde van Gebruikerssynchronisatie ingeschakeld in true.
- Wijzig de waarde van URL LDAP-server in ldap://LDAP-SERVER:389/DC=consult,DC=example,DC=com??sub;
- Wijzig de waarde van Gebruikersfilter in (&(sAMAccountName=*)(objectclass=user));
- In de categorie LDAP algemene verificatie wijzigt u de waarde van Distinguished Name van zoekgerechtigde gebruiker in CN=AD Connector,CN=Users,DC=consult,DC=example,DC=com;
- Voer het wachtwoord in voor de zoekgerechtigde gebruiker.
- In de categorie LDAP - groepsdefinitie wijzigt u de waarde van Basis-DN voor groepen in CN=Users,DC=consult,DC=example,DC=com;
- Wijzig de waarde van Basis-DN voor groepen in (|(objectclass=groupOfNames)(objectclass=group)(objectclass=groupOfUniqueNames)(objectclass=groupOfUrls)(objectclass=access Group)(objectclass=accessRole));
- Wijzig de waarde van Basis-DN voor groepen in CN=Users,DC=consult,DC=example,DC=com;
- Wijzig de waarde van Filter hoofdgroepen in (|(objectclass=groupOfNames)(objectclass=group)(objectclass=groupOfUniqueNames)(objectclass=groupOfUrls)(objectclass=access Group)(objectclass=accessRole));
- In de categorie LDAP - opties voor klassen en attributen wijzigt u de waarde van Object groepsklasse in group;
- Wijzig de waarde van Attribuut groepslid in member;
- Wijzig de waarde van Attribuut UUID in sAMAccountName;
- Wijzig de waarde van Objectklasse gebruikers in user
- Stel Repositorymodus externe gebruikers in op Inschakelen.
- Alle andere parameters behouden hun standaardwaarde.
Data Flow-beheer
- De standaard gebruikersnaam en het standaard wachtwoord voor aanmelding bij de JMX-console voor de Data Flow-probe is sysadmin/sysadmin.
- SSL tussen UCMDB Server en UCMDB Data Flow Probe met wederzijdse verificatie inschakelen: Deze functionaliteit wordt niet ondersteund in versie 9.01, maar zal in een toekomstige release worden opgenomen.
In plaats daarvan gebruikt u basisverificatie. Zie "Standaard-HTTP-verificatie inschakelen op de Data Flowprobe" in de PDF van de HP Universal CMDB – Implementatiehandleiding voor meer informatie.
- Wanneer een probe-gateway met twee probe-managers werkt, mislukt in sommige gevallen het systeemverzoek om het communicationlogboek te ontvangen. In plaats daarvan kunt u het logbestand ophalen uit het bestandssysteem van de relevante probe-manager.
- Wanneer u de J2EE- of Databasewizard uitvoert, kunt u vanuit de wizard geen jar-bestanden uploaden naar de probe. U moet de bestanden handmatig naar het bestandssyteem van de probe kopiëren en de probe vervolgens opnieuw starten.
- Als de MySQL-database van de Data Flow Probe wordt afgesloten of een fout detecteert, kan de verbinding met de probe worden verbroken. Herstel de MySQL-database en start de Data Flow Probe opnieuw op.
- Gehele bulks laten mislukken wegens ongeldige CI's. Als een groep objecten (bijvoorbeeld 1000 objecten) ook maar één ongeldig CI bevat (zoals een knooppunt dat niet kan worden geďdentificeerd vanwege ontbrekende topologische gegevens), negeert de afstemmingsengine de gehele groep en wordt deze niet naar de CMDB verzonden. Dit is het standaardgedrag.
Schakel het selectievakje uit zodat de resultaten naar de CMDB worden verzonden, waarbij alleen de ongeldige CI's (en hun topologie) uit de resultaten worden weggelaten. In het voorbeeld hierboven zouden dan 999 objecten worden verwerkt. UCMDB geeft een foutbericht weer wanneer u de resultaten bekijkt.
U opent dit selectievakje als volgt: Data Flow-beheer > Adapterbeheer. Selecteer een adapter in het deelvenster Bronnen. In Adapterbeheer > Resultaatbeheer schakelt u het selectievakje Gehele bulks laten mislukken wegens ongeldige CI's in of klikt u met de rechtermuisknop op een taak in het venster van Bedieningspaneel Discovery en klikt u op Ga naar adapter.
- Versie 9.01 bevat een nieuw verwijderingsmechanisme voor het beheren van oude Discovery-resultaatstatistieken. Door dit mechanisme kan de status van Discovery-resultaatstatistieken sneller worden weergegeven. Daarbij worden de records van de oude statistieken samengevoegd, zodat ze nog steeds voor de gebruiker beschikbaar zijn. De nieuwe functie wordt beheerd door twee systeemparameters:
- appilog.collectors.ResetDiscoveryStatisticsIntervalHours.name=Het interval voor het uitvoeren van het verwijderingsmechanisme.
- appilog.collectors.DiscoveryStatisticsArchiveDays.name=Archiveringsperiode voor Discovery-resultaatstatistieken (het aantal dagen waarna de statistieken als oud worden beschouwd).
Integratie
- De status van een vullingstaak kan worden weergegeven als In uitvoering ook al wordt de taak niet weergegeven.
- Als CI's worden samengevoegd of verwijderd tijdens het vullen vanuit een andere UCMDB, kunnen er voor die CI's geen afstemmingsgegevens worden ontvangen en kan een vullingstaak die deze CI's bevat, mislukken. Voer de taak opnieuw uit om het probleem te omzeilen.
- U kunt geen waarden wijzigen van attributen die geconfigureerd zijn om tijdens federation te worden opgehaald zowel uit een externe gegevensopslagplaats als uit UCMDB.
- Wanneer u een nieuw integratiepunt definieert in Integration Studio, en als de naam ongeldige tekens bevat (zoals een punt), wordt er een foutbericht weergegeven en gaat de informatie in het dialoogvenster Nieuw integratiepunt verloren
- De gebruiker kan niet terugkeren naar de UCMDB als gevolg van de koppeling naar een federated CI.
- Er wordt soms een knooppunt gemaakt zonder een IP_ADDRESS- of INTERFACE-eigenschap.
- Service Manager 7.1x-adapter heeft nu de naam Service Manager 7.1x-9.2x-adapter, omdat er integratiebewerkingen met Service Manager 7.2 en later kunnen worden uitgevoerd.
- Het tabblad Federation van Integration Studio geeft alleen CI-typen en attributen waarvoor federation mogelijk is vanuit de geselecteerde gegevensopslagplaats.
- Automatisch voltooien van afstemmingsgegevens:
- U kunt geen uitgeschakelde integratie wijzigen die geen hostnaam heeft.
- Synchronisatie tussen twee CMDB-servers mislukt als de bronserver geen extra CI-typen heeft (naast de CI-typen die zich op de doelserver bevinden). U kunt dit probleem voorkomen door een extra CI-type aan de bronserver toe te voegen.
Integratiegebruikers
- Bij synchronisatie met andere UCMDB-servers (tijdens het vullen met gegevens en federation), moet u de referenties van de UCMDB-integratiegebruiker opgeven om ervoor te zorgen dat de integratie correct verloopt. Geef dus geen referenties van een LDAP-gebruiker op, ook al is LDAP-verificatie ingeschakeld.
Inhoud van Discovery and Integration
- Discovery mislukt tijdens het uitvoeren van een shellgebaseerde taak en het foutbericht Kan geen System32-koppelingspunt maken wordt weergegeven. Dit probleem kan zich voordoen als het koppelingspunt al bestaat en het opnieuw maken ervan niet wordt toegestaan. U kunt het probleem oplossen door u aan te melden bij de doelcomputer en het koppelingspunt te verwijderen met behulp van de volgende opdracht:
rmdir %SystemDrive%\ddm_link_system32
Opmerking: de opdracht moet rmdir en niet del of deltree zijn, omdat anders de map system32 van Windows wordt verwijderd.
- Omdat de voorheen gedecteerde Laag 2-topologie niet wordt geüpgraded naar versie 9.01, moet u deze topologie opnieuw detecteren. Daarvoor kunt u bestaande Laag 2-koppelingen handmatig verwijderen of erop vertrouwen dat het verouderingsmechanisme deze verwijdert.
- Siebel discovery. Als de Data Flow-probe is geďnstalleerd op een 64-bits machine op een Windows-platform, plaatst u de stuurprogramma's ntdll.dll, MSVCR70.DLL en msvcp70.dll samen met de Siebel-stuurprogramma's in de map met Siebel-stuurprogramma's op de probe-machine. Gegevens van deze map geeft u op in de Siebel-referentieset (Pad naar Siebel Client). Zie "Siebel Gateway Protocol" in de HP Universal CMDB – Handleiding Data Flow Management voor meer informatie.
Deze stuurprogramma's bestaan gewoonlijk op een 32-bits machine en kunnen worden gekopieerd naar de 64-bits machine.
- SAP-discovery. Ga als volgt te werk om ervoor te zorgen dat SAP-discovery correct werkt:
- Kopieer sapjcorfc.dll uit de tijdelijke map naar de map %winnt%\system32 op de machine waar de Data Flow Probe is geďnstalleerd. Kopieer het bestand ook naar de map C:\hp\UCMDB\DataFlowProbe\content\dll.
- Kopieer librfc32.dll uit de tijdelijke map naar de map %winnt%\system32. Kopieer het bestand ook naar de map C:\hp\UCMDB\DataFlowProbe\content\dll.
- Controleer of de bestanden MSVCR71.dll en MSVCP71.dll aanwezig zijn in de map %winnt%\system32.
- Als de Data Flow-probe geďnstalleerd is op een 64-bits machine op een Windows-platform, plaatst u de standaardstuurprogramma's librfc32.dll en sapjcorfc.dll onder de installatiemap van Windows (bijvoorbeeld C:\windows\SysWOW64\).
Plaats de stuurprogramma's msvcp71.dll en msvcr71.dll onder de installatiemap van Windows (bijvoorbeeld C:\windows\SysWOW64\).
Deze stuurprogramma's bestaan gewoonlijk op een 32-bits machine en kunnen worden gekopieerd naar de 64-bits machine.
- Wanneer u de NTCMD-referenties gebruikt om Discovery uit te voeren, en de volgende waarschuwing wordt weergegeven, wordt de externe Windows-machine zodanig geconfigureerd dat er geen interactieve services kunnen worden uitgevoerd:
Dit is slechts een waarschuwing en de detectie op basis van NTCMD werkt correct. Als u echter deze waarschuwing wilt voorkomen, opent u de Register-editor op een externe machine en bewerkt u de volgende registersleutel: HKEY_LOCAL_MACHINE\SYSTEM\CurrentControlSet\Control\Windows. Stel de eigenschap NoInteractiveServices in op 0.
- U kunt detectie zodanig configureren dat elk object dat door de taak wordt gemeld en waarvan het CIT niet is gedefinieerd in de lijst met gedetecteerde CIT's van de adapater, met rood is gemarkeerd.
U stelt deze parameter als volgt in:
- Het Microsoft MQ-model (Microsoft Message Queue) is gewijzigd en de volgende bronnen zijn niet langer beschikbaar.
De volgende CIT's zijn verouderd:
- CIT: mqaliasq, weergegeven naam: IBM MQ Queue Alias
- CIT: mqalias, weergegeven naam: IBM MQ Alias
- CIT: mqchannelof, weergegeven naam: IBM MQ Channel Of
- CIT: mqchannel, weergegeven naam: IBM MQ Channel
- CIT: mqchclntconn, weergegeven naam: IBM MQ Client Connection Channel
- CIT: mqchclusrcvr, weergegeven naam: IBM MQ Cluster Receiver Channel
- CIT: mqchclussdr, weergegeven naam: IBM MQ Cluster Sender Channel
- CIT: mqchrcvr, weergegeven naam: IBM MQ Receiver Channel
- CIT: mqchrqstr, weergegeven naam: IBM MQ Requester Channel
- CIT: mqchsdr, weergegeven naam: IBM MQ Sender Channel
- CIT: mqchsvrconn, weergegeven naam: IBM MQ Client Connection Channel
- CIT: mqchsvr, weergegeven naam: IBM MQ Sender Channel
- CIT: mqcluster, weergegeven naam: IBM MQ Cluster
- CIT: mqmqichannel, weergegeven naam: IBM MQ MQI Channel
- CIT: mqmqilink, weergegeven naam: IBM MQ
- CIT: mqmsgchannel, weergegeven naam: IBM MQ Message Channel
- CIT: mqmsglink, weergegeven naam: IBM MQ Message
- CIT: mqmsgreceiverchannel, weergegeven naam: IBM MQ Message Receiver Channel
- CIT: mqmsgsenderchannel, weergegeven naam: IBM MQ Messanger Sender Channel
- CIT: mqqueuelocal, weergegeven naam: IBM MQ Local Queue
- CIT: mqqueuemanager, weergegeven naam: IBM MQ Queue Manager
- CIT: mqqueueremote, weergegeven naam: IBM MQ Remote Queue
- CIT: mqqueue, weergegeven naam: IBM MQ Queue
- CIT: mqrepository, weergegeven naam: IBM MQ Repository
- CIT: mqresolve, weergegeven naam: IBM MQ Resolve
- CIT: mqxmitq, weergegeven naam: IBM MQ Transmission Queue
- CIT: webspheremq, weergegeven naam: IBM WebSphere MQ
De volgende bronnen zijn verwijderd:
- Enrichment-regel: Create_Msg_Channel_Link_Host
- Enrichment-regel: Create_Msg_Channel_Link_IP
- Enrichment-regel: Create_RemoteQueue_Link
- Enrichment-regel: Host_Depend_By_MQ
- Weergave: MQ_All_Objects
- Weergave: MQ_Channels
- Weergave: MQ_Clusters
- Weergave: MQ_Network_Objects
- Weergave: MQ Queue Map
- TQL's: Alle TQL's die overeenkomen met de bovenstaande Enrichment-regels en Weergaven
Meertalige ondersteuning
- Om redenen van compatibiliteit kunnen namen van integratiepunten en van Data Flow-beheertaken alleen Engelse letters, cijfers en het liggend streepje (_) bevatten.
- Omdat de maximum tekenreekslengte voor veel UCMDB-parameters in bytes wordt aangegeven en gedocumenteerd, is de feitelijke acceptabele waardelengte korter wanneer multi-byte of taalspecifieke tekens worden gebruikt. Zo bestaan Aziatische karakters met UTF-8-codering uit 3 bytes, terwijl tekens voor sommige Europese talen uit 2 bytes bestaan.
- Wanneer u een rapport of andere gegevens met taalspecifieke tekens naar een PDF-bestand exporteert, worden multi-byte tekens (zoals Japans, Chinees, Koreaans, enzovoort) niet in het PDF-bestand weergegeven.
- XML-bestanden kunnen niet in Adapterbeheer worden bewerkt wanneer de gebruikersinterface is ingesteld op Chinees, Koreaans of Japans.
- Op gelokaliseerde hosts kan Data Flow Probe Uninstaller productbestanden en -mappen op de schijf achterlaten.
- In Enrichment-beheer worden vereiste attributen in het dialoogvenster Knooppuntdefinitie niet vet gemarkeerd voor de Japanse, Chinese en Koreaanse versies.
- Als er een rapport aan e-mail is gekoppeld, verandert de bestandsnaam van het rapport in onleesbare of andere tekens als de oorspronkelijke bestandsnaam bestaat uit multi-byte tekens.
HP Universal CMDB Readme 9.00
voor de besturingssystemen Windows en Linux
Softwareversie: 9.00
Publicatiedatum: Juni 2010
Dit bestand geeft informatie over HP Universal CMDB (UCMDB) versie 9.00.
Bijgewerkte documentatie
De titelpagina van dit document bevat de volgende identificerende informatie:
Als u wilt zien of er actuelere informatie is, of om te controleren of u de meest actuele editie gebruikt, gaat u naar deze URL: HP Software Product Manuals
Als u een document wilt openen, selecteer dan de gewenste items:
U moet Adobe Reader hebben geďnstalleerd om bestanden in PDF-indeling (*.pdf) weer te geven. Ga naar de website van Adobe om Adobe Reader te downloaden.
HP Universal CMDB 9.00 - Bestanden/componenten
Er zijn twee dvd's voor versie 9.00: HP UCMDB 9.00 Windows en HP UCMDB 9.00 Linux. Elke dvd bevat de volgende bestanden/componenten:
- HPUCMDB_Server_9.00.exe. De volledige installatie van versie 9.00 HP UCMDB Server voor het Windows-platform (alleen HP UCMDB 9.00 Windows-dvd).
- HPUCMDB_Server_90.bin. De volledige installatie van versie 9.00 HP UCMDB Server voor het Linux-platform (alleen HP UCMDB 9.00 Linux-dvd).
- HPUCMDB_DataFlowProbe_90.exe. De installatie van versie 9.00 van Data Flow Probe.
- Documentatiebestanden:
- whatsnew.html. Kan worden geopend via het menu Help in HP Universal CMDB.
- readme.html. Dit bestand.
- Map Product Feature Movies. Deze map bevat een verzameling films waarin enkele belangrijke functies in deze release worden gedemonstreerd.
- De PDF van de HP Universal CMDB – Implementatiehandleiding, eveneens in de volgende map: C:\hp\UCMDB\UCMDBServer\deploy\ucmdb-docs\docs\eng\pdfs\
Wat is er veranderd?
Open een lijst met nieuwe functies via de koppeling Wat is er veranderd in het menu Help van HP Universal CMDB.
Systeemvereisten
Een lijst met systeemvereisten kunt u vinden in "HP Universal CMDB - ondersteuningsmatrix" in de PDF van de HP Universal CMDB – Implementatiehandleiding.
Installatie
For details on installation of HP Universal CMDB and the Data Flow Probe on a Windows or Linux platform, Zie de PDF van HP Universal CMDB – Implementatiehandleiding voor informatie over de installatie van HP Universal CMDB en de Data Flow Probe op een Windows- of Linux-platform.
Content Pack voor Discovery and Integration 6.00 is opgenomen in UCMDB versie 9.00. U hoeft het content pack niet afzonderlijk te installeren.
Upgrade
Meer informatie over de upgradeprocedure van versie 8.0x naar 9.00 kunt u vinden onder "HP Universal CMDB upgraden van versie 8.0x naar versie 9.0x" in de PDF van de HP Universal CMDB – Implementatiehandleiding.
Meer informatie over de upgradeprocedure van versie 7.0x naar 8.0x kunt u vinden in de Implementatiehandleiding voor versie 8.0x.
Adapterupgrade
Voor alle meegeleverde adapters: As u een adapterconfiguratie hebt gewijzigd in een eerdere versie, wordt het ten zeerste aanbevolen om alle adapterbestanden van die versie op te slaan en de wijzigingen opnieuw aan te brengen in de adapterbestanden van versie 9.00.
Voor alle niet-meegeleverde adapters: U moet deze adapters opnieuw implementeren in versie 9.00. Raadpleeg "Pakketbeheer" in HP UCMDB - Handleiding Beheer voor meer informatie.
Belangrijk: alle adapters moeten compatibel zijn met het nieuwe klassemodel (BDM). Als u wijzigingen aanbrengt in bestaande meegeleverde adapters, moet u dezelfde wijzigingen aanbrengen in de adapterbestanden in de 9.00-versie. U moet deze bestanden dus niet kopiëren uit versie 8.04 en de bestanden in versie 9.00 overschrijven.
Opmerkingen en beperkingen
In dit gedeelte vindt u de volgende onderwerpen:
Installatie
- Het standaardwachtwoord van gebruikers kan tijdens de installatie niet worden gewijzigd (bijvoorbeeld van de systeembeheerder of de integratiegebruiker). Gebruik de JMX-console om het wachtwoord te wijzigen.
- Maximale beschikbaar wordt niet ondersteund in Linux-omgevingen.
- Bij het uitvoeren met maximale beschikbaarheid op een cluster kunt u zich bij tool Serverbeheer alleen aanmelden op de server waar de tool voor het eerst werd uitgevoerd.
Upgrade
HP UCMDB
- Alleen een integratiegebruiker kan verbinding maken met de UCMDB via de UCMDB Java API-set. Verbindingspogingen door andere typen gebruikers kunnen fouten veroorzaken, ook bij gebruik van LDAP-verificatie.
- Systeemstatus is niet beschikbaar in versie 9.00, maar zal worden opgenomen in versie 9.01.
- In Modeling Studio worden de operators Gewijzigd in periode of Ongewijzigd in periode voor datumattributen alleen ondersteund als u de query wijzigt in NOT ACTIVE. Nadat deze operators zijn toegevoegd, wordt de query standaard automatisch ingesteld op NOT ACTIVE.
- In de module Rapporten kan een rapport niet vanuit de boomstructuur naar het tekenpapier worden gesleept om het daar te openen. U moet dubbelklikken op het rapport of Rapport openen op de werkbalk selecteren.
- Wanneer u in IT Universe Manager een leeg model-CI (een CI van het type Business-service of CI-verzameling) probeert te maken, wordt er een fout gegenereerd.
- In de module Rapporten werkt de zoekfunctionaliteit (Volgende zoeken, Vorige zoeken, Markeren) niet juist als u de query wijzigt in ACTIVE (de standaardinstelling is NOT ACTIVE).
- Wanneer u werkt met federated CIT's in Modeling Studio, herkent de wizard Gerelateerd query-knooppunt toevoegen geen CIT's met exemplaren. Als het selectievakje Toon alleen CIT's met exemplaren is ingeschakeld, wordt er geen boomstructuur weergegeven. Als u het selectievakje Toon alleen CIT's met exemplaren uitschakelt, wordt er een CIT-structuur geopend met nul exemplaren voor alle CIT's, ook al zouden sommige CIT's exemplaren kunnen hebben.
- In de module Gebruikers en rollen werkt de koppeling Ontvanger bijwerken op het tabblad Details niet.
- Het rapport Gerelateerde CI's ophalen in IT Universe Manager is niet beschikbaar in versie 9.00. U kunt deze beperking omzeilen door de resultaten van de gerelateerde CI's te exporteren in tekstmodus.
- In IT Universe Manager werkt de optie Gegevens exporteren naar bestand niet in de tekstmodus voor CSV-, Excel- of XML-rapporten vanaf het tabblad Weergaveresultaten. Van daaruit kunt u gegevens exporteren naar een PDF-bestand. Op de tabbladen Gerelateerde items in weergave en Gerelateerde items in database werken alle exportopties correct.
- In de module CI-levenscyclus wordt de optie Filter niet ondersteund en is de knop Filter wissen niet actief.
- Het gebruik van directe koppelingen naar een perspectiefgebaseerde weergave wordt niet ondersteund.
- Wanneer in Modeling Studio een sjabloon wordt verwijderd, is er geen optie om de afhankelijke weergaven los te koppelen van de sjabloon.
- Wanneer in Modeling Studio een sjabloon wordt verwijderd, wordt de TQL-query waarop de sjabloon is gebaseerd, niet automatisch verwijderd.
- Wanneer in Modeling Studio een perspectief wordt verwijderd, is er geen optie om de afhankelijke weergaven los te koppelen van het perspectief.
- Wanneer in Modeling Studio een perspectiefgebaseerde weergave wordt verwijderd, wordt de TQL-query waarop die weergave is gebaseerd, niet automatisch verwijderd.
- De opties Momentopname weergeven en Statistieken weergeven ontbreken in het rapport Weergavewijzigingen.
- In CI-typebeheer kunt u geen CIT's verwijderen, ook niet als ze geen exemplaren hebben.
- Wanneer HP Universal CMDB wordt geopend via de IIS Web-server, kan de JMX-console niet worden geopend via de URL van de IIS-server. U moet de JMX-console rechtstreeks met de URL van de UCMDB Server openen.
- De uitvoering van de wizard Configuratie UCMDB-server mislukt bij een poging tot verbinding met schema's die handmatig of met behulp van het SQL-script zijn gemaakt. U kunt deze beperking omzeilen met behulp van de volgende procedure:
- Voer de wizard Configuratie UCMDB-server uit. Zie "De wizard Configuratie UCMDB-server openen" in de PDF van de HP Universal CMDB – Implementatiehandleiding voor meer informatie. Selecteer in het dialoogvenster CMDB-schema de optie Verbinding maken met bestaand schema.
Voer de benodigde verbindingsgegevens in. Klik op OK.
Negeer eventuele foutberichten.
Sluit de configuratiewizard door op Annuleren te klikken.
Controleer of het bestand cmdb.conf aanwezig is in de map conf.
- Start de HP Universal CMDB Server. Zie "De service HP Universal CMDB-server starten en stoppen" in de PDF van de HP Universal CMDB – Implementatiehandleiding voor meer informatie.
De server wordt niet gestart en genereert een uitzondering.
- Voer de configuratiewizard nogmaals uit.
Voer opnieuw de ontbrekende parameters in.
Deze keer wordt de uitvoering van de wizard zonder problemen voltooid.
- Start de HP Universal CMDB Server op de gebruikelijke manier.
LDAP
- LDAP configureren voor Active Directory: De volgende instellingen moeten worden toegevoegd aan Infrastructuurinstellingen (Beheer > Infrastructuurinstellingen):
- In de categorie LDAP - algemeen wijzigt u de waarde van Gebruikerssynchronisatie ingeschakeld in true.
- Wijzig de waarde van URL LDAP-server in ldap://LDAP-SERVER:389/DC=consult,DC=example,DC=com??sub;
- Wijzig de waarde van Gebruikersfilter in (&(sAMAccountName=*)(objectclass=user));
- In de categorie LDAP algemene verificatie wijzigt u de waarde van Distinguished Name van zoekgerechtigde gebruiker in CN=AD Connector,CN=Users,DC=consult,DC=example,DC=com;
- Voer het wachtwoord in voor de zoekgerechtigde gebruiker.
- In de categorie LDAP - groepsdefinitie wijzigt u de waarde van Basis-DN voor groepen in CN=Users,DC=consult,DC=example,DC=com;
- Wijzig de waarde van Basis-DN voor groepen in (|(objectclass=groupOfNames)(objectclass=group)(objectclass=groupOfUniqueNames)(objectclass=groupOfUrls)(objectclass=access Group)(objectclass=accessRole));
- Wijzig de waarde van Basis-DN voor groepen in CN=Users,DC=consult,DC=example,DC=com;
- Wijzig de waarde van Filter hoofdgroepen in (|(objectclass=groupOfNames)(objectclass=group)(objectclass=groupOfUniqueNames)(objectclass=groupOfUrls)(objectclass=access Group)(objectclass=accessRole));
- In de categorie LDAP - opties voor klassen en attributen wijzigt u de waarde van Object groepsklasse in group;
- Wijzig de waarde van Attribuut groepslid in member;
- Wijzig de waarde van Attribuut UUID in sAMAccountName;
- Wijzig de waarde van Objectklasse gebruikers in user
- Stel Repositorymodus externe gebruikers in op Inschakelen.
- Alle andere parameters behouden hun standaardwaarde.
Data Flow-beheer
- SSL tussen UCMDB Server en UCMDB Data Flow Probe met wederzijdse verificatie inschakelen: Deze functionaliteit wordt niet ondersteund in versie 9.00, maar zal in een toekomstige release worden opgenomen.
In plaats daarvan gebruikt u basisverificatie. Zie "Standaard-HTTP-verificatie inschakelen op de Data Flowprobe" in de PDF van de HP Universal CMDB – Implementatiehandleiding voor meer informatie.
- Wanneer de Data Flow-probe voor het eerst wordt geďnstalleerd, kan de uitvoering van Referenties controleren (bijvoorbeeld Data Flow-beheer > Instellingen Data Flow-probe > deelvenster Domeinen en probes > Referenties > SQL Protocol > klik met de rechtermuisknop op een referentie en kies Referenties controleren) mislukken, waarbij de volgende fout wordt weergegeven: java.lang.Exception: Traceback (innermost last): File "NNM_Integration_Utils". Start de probe opnieuw om dit probleem te omzeilen.
- De naam van een gedetecteerd CIT wordt soms rood weergegeven in het deelvenster Resultaatstatistieken (Data Flow-beheer > Bedieningspaneel Discovery > Details). Dit heeft geen effect en kan worden genegeerd.
- Wanneer een probe-gateway met twee probe-managers werkt, mislukt in sommige gevallen het systeemverzoek om het communicationlogboek te ontvangen. In plaats daarvan kunt u het logbestand ophalen uit het bestandssysteem van de relevante probe-manager.
- Wanneer u de J2EE- of Databasewizard uitvoert, kunt u vanuit de wizard geen jar-bestanden uploaden naar de probe. U moet de bestanden handmatig naar het bestandssyteem van de probe kopiëren en de probe vervolgens opnieuw starten.
Integratie
- De status van een vullingstaak kan worden weergegeven als In uitvoering ook al is de taak nog niet ingepland.
- Wanneer een CI tijdens het afstemmen wordt genegeerd, kan het soms gebeuren dat een ander CI dat het eerste CI nodig heeft ter identificatie, verkeerd in de CMDB wordt ingevoegd. Dat zal niet gebeuren wanneer de CI's via een samenstellingskoppeling met elkaar zijn verbonden.
- TQL-query's die subgrafieken of compound-koppelingen bevatten, halen geen gegevens voor die items op wanneer de UCMDB 9.0x-adapter wordt gebruikt.
- Als CI's worden samengevoegd of verwijderd tijdens het vullen vanuit een andere UCMDB, kunnen er voor die CI's geen afstemmingsgegevens worden ontvangen en kan een vullingstaak die deze CI's bevat, mislukken. Voer de taak opnieuw uit om het probleem te omzeilen.
- U kunt geen waarden wijzigen van attributen die geconfigureerd zijn om tijdens federation te worden opgehaald zowel uit een externe gegevensopslagplaats als uit UCMDB.
- Meerdere CI's van verschillende integratiepunten worden niet samengevoegd wanneer de CI's worden geďdentificeerd met behulp van het root_container-attribuut.
- Wanneer u een nieuw integratiepunt definieert in Integration Studio, en als de naam ongeldige tekens bevat (zoals een punt), wordt er een foutbericht weergegeven en gaat de informatie in het dialoogvenster Nieuw integratiepunt verloren
- De gebruiker kan niet terugkeren naar de UCMDB als gevolg van de koppeling naar een federated CI.
- Virtuele relaties voor federation moeten in omgekeerde volgorde worden toegewezen in het bestand orm.xml in gevallen waarbij de ene kant een federated CIT is en de andere kant UCMDB-CIT. Deze beperking geldt niet voor vullingstaken.
- TQL-berekening mislukt als de namen van attribuutvoorwaarden die voor een federated knooppunt zijn gedefinieerd, niet zijn toegewezen in het bestand orm.xml.
Integratiegebruikers
- Bij synchronisatie met andere UCMDB-servers (tijdens het vullen met gegevens en federation), moet u de referenties van de UCMDB-integratiegebruiker opgeven om ervoor te zorgen dat de integratie correct verloopt. Geef dus geen referenties van een LDAP-gebruiker op, ook al is LDAP-verificatie ingeschakeld.
- U kunt een exclusiebe gebruiker maken voor integraties tussen andere producten en UCMDB. Deze gebruiker kan dan een product inschakelen dat gebruikmaakt van de SDK van de UCMDB-client voor verificatie in de server-SDK en zo de API's uitvoeren.
Een integratiegebruiker maken:
- Start een webbrowser en voer het adres van de server als volgt in: http://<hostnaam of IP-adres van UCMDB-server>:8080/jmx-console.
Wellicht zult u zich moeten aanmelden met een gebruikersnaam en wachtwoord.
- Klik onder UCMDB op UCMDB:service=Security Services om de weergavepagina van JMX MBEAN te openen.
- Zoek naar de bewerking CreateIntegrationUser. Bij deze methode worden de volgende parameters geaccepteerd:
- customerId. De klant-ID.
- username. De naam van de integratiegebruiker.
- wachtwoord. Het wachtwoord van de integratiegebruiker.
- dataStoreOrigin. De naam van het product dat gebruik gaat maken van deze integratiegebruiker.
De volgende bewerkingen zijn handig voor het beheer van integratiegebruikers:
- DeleteIntegrationUser. Verwijdert de gegeven integratiegebruiker.
- ExportIntegrationUser. Exporteert de integratiegebruiker naar een XML-bestand in het gegeven pad (op de servermachine).
- getIntegrationUser. Geeft informatie over de integratiegebruiker weer.
- changeIntegrationUserPassword. Wijzigt het wachtwoord van de integratiegebruiker.
- canUserAuthenticate. isIntegrationUser is true: kan de integratiegebruiker verificatie uitvoeren met de gegeven referenties?
Opmerking:
de integratiegebruiker wordt gedefinieerd op klantbasis. Als u een krachtigere integratiegebruiker wilt maken die bestemd is voor verschillende klanten, gebruikt u een systemUser met de vlag isSuperIntegrationUser ingesteld op true. Maak daarbij gebruik van de systemUser-methoden (createSystemUser, removeSystemUser, showAllSystemUsers, changeSystemUserPassword, canSuperIntegrationUserAuthenticate, enzovoort).
Er worden twee systeemgebruikers standaard meegeleverd. Het verdient aanbeveling na de installatie hun wachtwoorden te wijzigen met behulp van de changeSystemUserPassword-methode.
- sysadmin/sysadmin.
- UISysadmin/UISysadmin (Dit is tevens de Super Integration User SuperIntegrationUser).
Gebruik de volgende methode als u het UISysadmin-wachtwoord wijzigt met behulp van changeSystemUserPassword: Ga in de JMX-console naar de service UCMDB-UI:name=UCMDB Integration. Voer setCMDBSuperIntegrationUser uit met de gebruikersnaam en het nieuwe wachtwoord van de integratiegebruiker.
Inhoud van Discovery and Integration
- Omdat de voorheen gedecteerde Laag 2-topologie niet wordt geüpgraded naar versie 9.00, moet u deze topologie opnieuw detecteren. Daarvoor kunt u bestaande Laag 2-koppelingen handmatig verwijderen of erop vertrouwen dat het verouderingsmechanisme deze verwijdert.
- Siebel discovery. Als de Data Flow-probe is geďnstalleerd op een 64-bits machine op een Windows-platform, plaatst u de stuurprogramma's ntdll.dll, MSVCR70.DLL en msvcp70.dll samen met de Siebel-stuurprogramma's in de map met Siebel-stuurprogramma's op de probe-machine. Gegevens van deze map geeft u op in de Siebel-referentieset (Pad naar Siebel Client). Zie "Siebel Gateway Protocol" in de HP Universal CMDB – Handleiding Data Flow Management voor meer informatie.
Deze stuurprogramma's bestaan gewoonlijk op een 32-bits machine en kunnen worden gekopieerd naar de 64-bits machine.
- SAP-discovery. Als Data Flow Probe geďnstalleerd is op een 64-bits machine op een Windows-platform, plaatst u de standaardstuurprogramma's librfc32.dll en sapjcorfc.dll onder de installatiemap van Windows (bijvoorbeeld C:\windows\SysWOW\).
Plaats de stuurprogramma's msvcp71.dll en msvcr71.dll onder de installatiemap van de probe: C:\hp\UCMDB\DataFlowProbe\content\dll\.
Deze stuurprogramma's bestaan gewoonlijk op een 32-bits machine en kunnen worden gekopieerd naar de 64-bits machine.
- Voor de juiste detectie van een Veritas Cluster gaat u naar CI-typebeheer in Modeling Studio, selecteert u achtereenvolgens Relaties en de relatie eigenaarschap, waaraan u vervolgens het boolean-attribuut is_owner toevoegt.
- Als de MySQL-database van de Data Flow Probe wordt afgesloten of een fout detecteert, kan de verbinding met de probe worden verbroken. Herstel de MySQL-database en start de Data Flow Probe opnieuw op.
- Wanneer u de NTCMD-referenties gebruikt om Discovery uit te voeren, en de volgende fout wordt weergegeven, wordt de externe Windows-machine zodanig geconfigureerd dat er geen interactieve services kunnen worden uitgevoerd:
U kunt deze fout voorkomen door de Register-editor te openen en de volgende registersleutel te bewerken: HKEY_LOCAL_MACHINE\SYSTEM\CurrentControlSet\Control\Windows. Stel de eigenschap NoInteractiveServices in op 0.
Meertalige ondersteuning
- Om redenen van compatibiliteit kunnen namen van integratiepunten en van Data Flow-beheertaken alleen Engelse letters, cijfers en het liggend streepje (_) bevatten.
- Omdat de maximum tekenreekslengte voor veel UCMDB-parameters in bytes wordt aangegeven en gedocumenteerd, is de feitelijke acceptabele waardelengte korter wanneer multi-byte of taalspecifieke tekens worden gebruikt. Zo bestaan Aziatische karakters met UTF-8-codering uit 3 bytes, terwijl tekens voor sommige Europese talen uit 2 bytes bestaan.
- Wanneer u een rapport of andere gegevens met taalspecifieke tekens naar een PDF-bestand exporteert, worden multi-byte tekens (zoals Japans, Chinees, Koreaans, enzovoort) niet in het PDF-bestand weergegeven.
- Na een upgrade van versie 8.04 naar 9.00 zijn taalspecifieke tekens in de naam van een query-knooppunt onleesbaar als ze niet worden ondersteund door de codering van de systeemconsole.
- Vullingstaken die gebruikmaken van de UCMDB 9.0x-adapter mislukken als de query-naam van de externe integratie multi-byte tekens bevat. Om redenen van compatibileit mogen de namen van integratie-query's geen multi-byte tekens bevatten.
- XML-bestanden kunnen niet in Adapterbeheer worden bewerkt wanneer de gebruikersinterface is ingesteld op Chinees, Koreaans of Japans.
- Op gelokaliseerde hosts kan Data Flow Probe Uninstaller productbestanden en -mappen op de schijf achterlaten.
- Modeling Studio bevat twee Weergave-mappen, een in het Engels en een in de taal volgens de landinstelling van de server. Nadat u in Modeling Studio een weergave hebt gemaakt, wordt de relevante query gemaakt in de gelokaliseerde Weergave-map. Voor vooraf gedefinieerde weergaven worden relevante query's opgeslagen in de Engelse Weergave-map.
- In Enrichment-beheer worden vereiste attributen in het dialoogvenster Knooppuntdefinitie niet vet gemarkeerd voor de Japanse, Chinese en Koreaanse versies.
- Als er een rapport aan e-mail is gekoppeld, verandert de bestandsnaam van het rapport in onleesbare of andere tekens als de oorspronkelijke bestandsnaam bestaat uit multi-byte tekens.
- De inhoud en naam van een query of weergave kan beschadigd raken tijdens het exporteren naar de XML-indeling als de query of weergave multi-byte tekens bevat die niet worden ondersteund door de host waarop de bewerking wordt uitgevoerd. U kunt dit probleem omzeilen door alle relevante weergaven en query's op te nemen in een pakket en dat pakket te exporteren of importeren.
HP Software Support
U kunt de website van HP Software Support bezoeken op:
www.hp.com/go/hpsoftwaresupport
Op deze website vindt u contactgegevens en informatie over de producten, services en ondersteuning die HP Software aanbiedt. Bezoek voor meer informatie de website van HP Support op: HP Software Support Online.
De online-ondersteuning van HP Software helpt de klant om problemen zelf op te lossen. Het is een snelle en efficiënte manier om interactieve hulpprogramma's voor technische ondersteuning te gebruiken die u nodig hebt voor uw zakelijke activiteiten. Als gewaardeerde ondersteuningsklant helpt de ondersteuningswebsite u:
- relevante kennisdocumenten te zoeken;
- verzoeken tot ondersteuning in te dienen en te volgen;
- verzoeken tot verbetering online in te dienen;
- softwarepatches te downloaden;
- ondersteuningscontracten te beheren;
- contactpersonen van HP voor ondersteuning op te zoeken;
- informatie over beschikbare services te lezen;
- zaken te bespreken met andere softwareklanten;
- softwareopleidingen op te zoeken en u ervoor in te schrijven.
Als u de database met oplossingen voor bekende problemen wilt doorzoeken, bezoek dan de zoekpagina van deze database.
Opmerking: voor de meeste pagina's op deze website moet u zich registreren als HP Passport-gebruiker en u aanmelden. Bovendien is er voor veel pagina's een geldend supportcontract nodig. Ga voor meer informatie over toegangsniveaus voor support naar: Toegangsniveaus.
Als u een HP Passport-ID wilt verkrijgen, gaat u naar: HP Passport Registration.
Juridische kennisgevingen
GarantieDe enige garanties voor producten en services van HP worden uiteengezet in de expliciete garantieverklaringen die bij die producten en services worden geleverd. Niets hierin mag worden opgevat als zijnde een extra garantie. HP is niet verantwoordelijk voor technische of redactionele fouten of omissies in dit document.
De informatie in dit document kan worden gewijzigd zonder kennisgeving.
Verklaring beperkte rechtenVertrouwelijke computersoftware. Geldige licentie van HP vereist voor bezit, gebruik of kopiëren. Conform FAR 12.211 en 12.212 worden commerciële computersoftware, computersoftwaredocumentatie en technische gegevens voor commerciële items aan de overheid van de Verenigde Staten onder licentie gegeven volgens de commerciële standaardlicentie van de leverancier.
Copyrightvermeldingen© Copyright 2005 - 2010 Hewlett-Packard Development Company, L.P
Informatie over handelsmerkenAdobe® en Acrobat® zijn handelsmerken van Adobe Systems Incorporated.
AMD en het AMD-pijllogo zijn handelsmerken van Advanced Micro Devices, Inc.
Google™ en Google Maps™ zijn handelsmerken van Google Inc.
Intel®, Itanium®, Pentium® en Intel® Xeon® zijn handelsmerken van Intel Corporation in de V.S. en andere landen.
Java™ is een handelsmerk van Sun Microsystems, Inc. in de V.S..
Microsoft®, Windows®, Windows NT®, Windows® XP en Windows Vista® zijn in de V.S. geregistreerde handelsmerken van Microsoft Corporation.
Oracle is een geregistreerd handelsmerk van Oracle Corporation en/of haar dochterondernemingen.
UNIX® is een geregistreerd handelsmerk van The Open Group.
Dankbetuigingen· Dit product bevat software die is ontwikkeld door de Apache Software Foundation (http://www.apache.org/licenses).· Dit product bevat OpenLDAP-code van de OpenLDAP Foundation (http://www.openldap.org/foundation/).· Dit product bevat GNU-code van de Free Software Foundation, Inc. (http://www.fsf.org/).· Dit product bevat JiBX-code van Dennis M. Sosnoski.· Dit product bevat de XPP3 XMLPull-parser van Extreme! Lab, Indiana University, die deel uitmaakt van de JiBX-distributie.· Dit product bevat de Office Look and Feels License van Robert Futrell (http://sourceforge.net/projects/officelnfs).· Dit product bevat JEP - Java Expression Parser-code van Netaphor Software, Inc. (http://www.netaphor.com/home.asp).Wij verwelkomen uw opmerkingen over of suggesties voor dit document. U kunt deze per e-mail zenden naar SW-Doc@hp.com.