Zoeken in de Help
Als u in de Help wilt zoeken naar informatie typt u een woord of woordgroep in het vak Zoeken. Wanneer u een groep woorden invoert, wordt aangenomen dat u OR bedoelt. U kunt booleaanse operators gebruiken om uw zoekopdracht te verfijnen.
De geretourneerde resultaten zijn niet hoofdlettergevoelig. Bij het toekennen van de relevantiescore voor resultaten wordt echter wel rekening gehouden met het hoofdlettergebruik; resultaten waarvan het hoofdlettergebruik overeenkomt, krijgen namelijk een hogere score. Een zoekopdracht naar 'katten' gevolgd door een zoekopdracht naar 'Katten' levert daarom hetzelfde aantal Help-onderwerpen op, maar de volgorde waarin de onderwerpen worden getoond, verschilt wel.
| Zoeken naar | Voorbeeld | Resultaten |
|---|---|---|
| Een enkel woord | kat
|
Onderwerpen die het woord 'kat' bevatten. U vindt hiermee ook grammaticale variaties, zoals 'katten'. |
|
Een woordgroep. U kunt opgeven dat de zoekresultaten een bepaalde woordgroep moeten bevatten. |
"voer voor kat" (aanhalingstekens) |
Onderwerpen die de letterlijke woordgroep 'voer voor kat' bevatten, plus alle grammaticale variaties hiervan. Zonder de aanhalingstekens komt de query overeen met het gebruik van een OR-operator, waarmee onderwerpen worden gevonden waarin een of meer van de afzonderlijke woorden voorkomen in plaats van de hele woordgroep. |
| Zoeken naar | Operator | Voorbeeld |
|---|---|---|
|
Twee of meer woorden in hetzelfde onderwerp |
|
|
| Een van beide woorden in een onderwerp |
|
|
| Onderwerpen die een specifiek woord of een specifieke woordgroep niet bevatten |
|
|
| Onderwerpen die een bepaalde tekenreeks wel bevatten en een andere tekenreeks niet | ^ (caret) |
kat ^ muis
|
| Een combinatie van beide typen | ( ) ronde haken |
|
Meerdere instanties van Release Control op dezelfde machine implementeren
De onderstaande stappen leggen uit hoe u met behulp van het hulpprogramma voor het maken van knooppunten Release Control kunt implementeren op meerdere knooppunten op dezelfde fysieke machine.
Ga in de opdrachtregel naar de map <installatiemap van Release Control>\bin en voer hier de volgende opdracht in:
createNode create -<node parameters>
U kunt de volgende parameters gebruiken om het knooppunt te definiëren:
- -DnodeName. De naam van het nieuwe knooppunt. Deze naam wordt gebruikt voor een nieuwe map onder de map servers en voor een jvmRoute in Tomcat.
Opmerking De conventie voor knooppuntnamen is server-<n>. Het eerste knooppunt wordt bijvoorbeeld server-0 genoemd.
- -DtomcatPort. De besturingspoort in Tomcat. Voor server-0 wordt deze ingesteld op 8005.
- -DhttpPort. De HTTP-poort in Tomcat. Voor server-0 wordt deze ingesteld op 8080.
- -DhttpsPort. De HTTPS-poort in Tomcat. Voor server-0 wordt deze ingesteld op 8443.
- -DajpPort. De Java Protocol-poort in Apache. Voor server-0 wordt deze ingesteld op 8009.
- -DjmxHttpPort. De HTTP-poort voor JMX. Voor server-0 wordt deze ingesteld op 39900.
- -DjmxRemotePort. De remote-poort voor JMX. Voor server-0 wordt deze ingesteld op 39600.
- -DnodeDebugPort. De poort voor foutopsporing. Voor server-0 wordt deze ingesteld op 7878.
- -DservicePrefix. In Windows wordt voor het knooppunt een service gemaakt met de naam ReleaseControl <knooppuntnaam>. Met deze parameter kunt u het prefix ReleaseControl wijzigen naar een andere waarde.
- -Dskip.service. Als u deze parameter op een willekeurige waarde instelt, wordt het maken van een Windows-service overgeslagen.
Opmerking U kunt eventueel later nog een Windows-service voor het knooppunt maken met een aparte opdracht. Voor meer informatie, zie Een Windows-service voor een bestaand knooppunt maken.
Als u de Windows-service niet hebt gemaakt, kunt u de Tomcat-server starten met het script <installatiemap van Release Control>\StartCcm-<servernaam>.bat.
Voorbeeld:
createNode create -DnodeName=server-1 -DtomcatPort=9005 \
-DhttpPort=9090 -DhttpsPort=9443 \
-DajpPort=9009 -DjmxHttpPort=29900 \
-DjmxRemotePort=29600 -DnodeDebugPort=7878
Voer in de map <installatiemap van Release Control>\bin de volgende opdracht uit:
createNode remove-node -DnodeName=<nodeName>
Hierin staat <nodeName> voor de naam van het bestaande knooppunt dat u wilt verwijderen.
Voorbeeld:
createNode remove-node -DnodeName=server-1
Als u bij het maken van het nieuwe knooppunt ervoor hebt gekozen om de Windows-service niet te maken, kunt u dit alsnog doen door middel van een aparte opdracht.
Voer in de map <installatiemap van Release Control>\bin de volgende opdracht uit:
createNode create-service <knooppunt-gegevens>
U kunt de volgende parameters gebruiken om het knooppunt te definiëren:
- -DnodeName. De naam van het bestaande knooppunt waarvoor de service wordt gemaakt.
- -DjmxHttpPort. De HTTP-poort voor JMX. Voor server-0 wordt deze ingesteld op 39900.
- -DjmxRemotePort. De remote-poort voor JMX. Voor server-0 wordt deze ingesteld op 39600.
- -DnodeDebugPort. De poort voor foutopsporing. Voor server-0 wordt deze ingesteld op 7878.
- -DservicePrefix. Het prefix voor de naam van de Windows-service. De standaardwaarde van het prefix is ReleaseControl.
Voorbeeld:
createNode create-service -DnodeName=server-1 \
-DjmxHttpPort=29900 \
-DjmxRemotePort=29600
- Ga in de opdrachtregel naar de map <installatiemap van Release Control>\bin en voer hier de volgende opdracht in:
createNode remove-service -DnodeName=<nodeName>Hierin staat <nodeName> voor de naam van een bestaand knooppunt waarvoor u de service wilt verwijderen.
- Verwijder de relevante bestanden voor het betreffende knooppunt uit de map <installatiemap van Release Control>\servers.
Voorbeeld:
createNode remove-service -DnodeName=server-1




