Zoeken in de Help
Als u in de Help wilt zoeken naar informatie typt u een woord of woordgroep in het vak Zoeken. Wanneer u een groep woorden invoert, wordt aangenomen dat u OR bedoelt. U kunt booleaanse operators gebruiken om uw zoekopdracht te verfijnen.
De geretourneerde resultaten zijn niet hoofdlettergevoelig. Bij het toekennen van de relevantiescore voor resultaten wordt echter wel rekening gehouden met het hoofdlettergebruik; resultaten waarvan het hoofdlettergebruik overeenkomt, krijgen namelijk een hogere score. Een zoekopdracht naar 'katten' gevolgd door een zoekopdracht naar 'Katten' levert daarom hetzelfde aantal Help-onderwerpen op, maar de volgorde waarin de onderwerpen worden getoond, verschilt wel.
| Zoeken naar | Voorbeeld | Resultaten |
|---|---|---|
| Een enkel woord | kat
|
Onderwerpen die het woord 'kat' bevatten. U vindt hiermee ook grammaticale variaties, zoals 'katten'. |
|
Een woordgroep. U kunt opgeven dat de zoekresultaten een bepaalde woordgroep moeten bevatten. |
"voer voor kat" (aanhalingstekens) |
Onderwerpen die de letterlijke woordgroep 'voer voor kat' bevatten, plus alle grammaticale variaties hiervan. Zonder de aanhalingstekens komt de query overeen met het gebruik van een OR-operator, waarmee onderwerpen worden gevonden waarin een of meer van de afzonderlijke woorden voorkomen in plaats van de hele woordgroep. |
| Zoeken naar | Operator | Voorbeeld |
|---|---|---|
|
Twee of meer woorden in hetzelfde onderwerp |
|
|
| Een van beide woorden in een onderwerp |
|
|
| Onderwerpen die een specifiek woord of een specifieke woordgroep niet bevatten |
|
|
| Onderwerpen die een bepaalde tekenreeks wel bevatten en een andere tekenreeks niet | ^ (caret) |
kat ^ muis
|
| Een combinatie van beide typen | ( ) ronde haken |
|
Eigenschappen van servicedeskadapters
Wanneer u de initiële configuratie van uw servicedesk uitvoert met behulp van het hulpprogramma voor servicedeskconfiguratie (SdiConfigurer.bat), wordt er voor de servicedeskadapters een configuratiebestand gemaakt dat alle eigenschappen van de servicedeskintegratie bevat.
In dit gedeelte worden de eigenschappen van het adapterconfiguratiebestand beschreven die kunnen worden aangepast.
Meer informatie over het aanpassen van de servicedeskadapter vindt u in Eigenschappen van servicedeskadapters wijzigen.
Het bovenste gedeelte van het adapterconfiguratiebestand bevat de volgende adapterattributen die voor alle servicedesktoepassingen gelijk zijn. U kunt de volgende eigenschappen wijzigen:
| Naam eigenschap | Beschrijving |
|---|---|
| connection-properties |
Geeft een overzicht van de eigenschappen die voor aanvraagtypen van niveau 1 en 2 gelijk zijn, zodat deze eigenschappen niet hoeven te worden gedupliceerd.
Een voorbeeld hiervan vindt u in Release Control en Service Manager configureren voor LW-SSO. |
| number-of-tickets |
Hiermee wordt ingesteld hoeveel aanvragen per keer worden verwerkt, zodat er niet te veel resources van Release Control en de servicedesktoepassing (zoals geheugen en netwerkbandbreedte) worden gebruikt. De waarde van number-of-tickets kan zo hoog zijn als nodig is. Let wel op dat Release Control en uw servicedesktoepassing niet overbelast worden. De waarde moet hoog genoeg zijn om alle aanvragen van de servicedesktoepassing op te kunnen halen en moet hoger zijn dan het verwachte aantal aanvragen dat binnen één metingstijdvak door de servicedesktoepassing wordt bijgewerkt. Als de servicedesktoepassing bijvoorbeeld binnen één seconde 50 aanvragen bijwerkt, moet de waarde voor number-of-tickets hoger dan 50 zijn. Release Control probeert voor het verwerken van aanvragen de waarde in number-of-tickets te gebruiken. Het is echter mogelijk dat er meer of minder aanvragen door de servicedesktoepassing worden geretourneerd. neem voor het bepalen van de waarde voor number-of-tickets contact op met de personen die binnen uw organisatie verantwoordelijk zijn voor de servicedesktoepassingen.
|
| polling-schedules | De planning op basis waarvan de servicedesktoepassing op wijzigingsaanvragen wordt gepeild. Deze planning wordt gedefinieerd met een cron-expressie. Standaard is er één cron-expressie die het peilingsinterval definieert op 30 seconden. U kunt het peilingsinterval naar behoefte wijzigen. U kunt bijvoorbeeld:
U kunt de cron-expressie bewerken, of meerdere expressies (gescheiden door een nieuwe-regelteken) toevoegen. Bijvoorbeeld: <polling-schedules> 0/30 * * * * ? 0/50 * * * * ? </polling-schedules> Meer informatie over cron-expressies vindt u op de volgende webpagina: http://www.quartz-scheduler.org/documentation |
| initial-load-state |
Deze eigenschap is niet relevant voor het configureren van Service Manager-adapters of database-adapters. Uitleg voor het configureren van de adapter om wijzigingsaanvragen vanaf een bepaalde datum op te halen uit Service Manager en database-toepassingen vindt u in Alle wijzigingsaanvragen vanaf een bepaalde datum ophalen (uitsluitend Service Manager en database-servicedesktoepassingen).
Als u een tekenreeksdatum opgeeft, haalt de adapter een voor een alle aanvragen vanaf de opgegeven aanmaakdatum tot en met de huidige datum op en worden er vervolgens geen nieuwe of bijgewerkte aanvragen opgehaald. Standaard is deze eigenschap uitgeschakeld en bevat deze eigenschap geen waarde. Als deze eigenschap is ingeschakeld, wordt de peilingsplanning overschreven. Als u deze eigenschap inschakelt, moet u de SDI-persistentie verwijderen met het hulpprogramma SDI-persistentie verwijderen (zie SDI-persistentie verwijderen). Wanneer Release Control het ophalen van de aanvragen voltooid heeft, moet u deze eigenschap uitschakelen door de regel uit te commentariëren. Indeling: MM/dd/jj UU:mm:ss z |
| request-types
(verplicht) |
Geeft een overzicht van alle aanvraagtypen die door de adapter worden opgehaald, inclusief alle aanvraagtypeniveaus. Standaard wordt niveau 1 voor wijzigingen gebruikt en niveau 2 voor taken. De aanvraagtype-eigenschappen en bewerkingseigenschappen die in het element <request-type> moeten worden opgenomen, worden toegelicht in Eigenschappen van aanvraagtypen. |
(Het element <request-type> bevat de volgende eigenschappen:
| Naam eigenschap | Beschrijving |
|---|---|
| connection-properties | Geeft een overzicht van de eigenschappen voor peilings- en bewerkingsconnectors voor elk aanvraagniveau. |
Het element <operation> (onder <operations> in <request-type>) bevat de volgende bewerkingseigenschappen:
| Naam eigenschap | Beschrijving |
|---|---|
| name
(verplicht) |
De bewerkingsnaam die wordt gebruikt bij het zoeken naar de bewerking. Momenteel worden de volgende bewerkingen ondersteund: approve, canApprove, retract, canRetract, deny, canDeny, reviewUpdate, canUpdateReview, updatePlannedtimes, canUpdatePlannedTimes, updateStatus, canUpdateStatus, close, canClose, updateAnalysisData. Sommige bewerkingen worden alleen door bepaalde servicedesks ondersteund. |
| operation-type
(verplicht) |
Hiermee wordt het type van de uit te voeren bewerking gedefinieerd. U wordt geadviseerd deze eigenschap niet te wijzigen. |
| connector (under operation)
(verplicht) |
Hiermee wordt de bewerkingsconnector gedefinieerd die voor het uitvoeren van de bewerking moet worden gebruikt. U wordt geadviseerd deze eigenschap niet te wijzigen. |
| sender-properties | Hiermee worden de standaardeigenschappen overschreven die worden gebruikt bij het initialiseren van een verzender voor de bewerking. |
In het configuratiebestand van de BMC Remedy Action Request System-adapter kunnen de volgende connectorattributen worden geconfigureerd:
| Naam eigenschap | Beschrijving |
|---|---|
| serverName
(verplicht) |
De naam van de BMC Remedy Action Request System-server. deze eigenschap wordt geconfigureerd met het hulpprogramma voor servicedeskconfiguratie (SdiConfigurer.bat).
|
| userName
(verplicht) |
De gebruikersnaam waarmee Release Control verbinding maakt met de BMC Remedy Action Request System-server. deze eigenschap wordt geconfigureerd met het hulpprogramma voor servicedeskconfiguratie (SdiConfigurer.bat).
|
| userPassword
(verplicht) |
Het wachtwoord waarmee Release Control verbinding maakt met de BMC Remedy Action Request System-server. Het wachtwoord moet versleuteld zijn. Meer informatie over dit onderwerp vindt u in Wachtwoordversleuteling. deze eigenschap wordt geconfigureerd met het hulpprogramma voor servicedeskconfiguratie (SdiConfigurer.bat).
|
| schemaName
(verplicht) |
De naam van het schema dat de vereiste wijzigingsaanvragen bevat. |
| field-names
(verplicht) |
Een door komma's gescheiden lijst met aanvraagvelden die moeten worden opgehaald. Gebruik een * om alle aanvraagvelden op te halen. |
| associationSchemaName |
Het schema waarmee de CI's aan de tickets op de BMC Remedy ARS-server worden gekoppeld. alleen van toepassing op BMC Remedy 7.0.
|
| idFieldNameInTicket |
De naam van de kolom die het ticket-ID bevat dat in het koppelingsschema moet worden gebruikt. alleen van toepassing op BMC Remedy 7.0.
|
| associationForeignIdFieldName |
De naam van de kolom die de externe ID van de CI's in het koppelingsschema bevat. alleen van toepassing op BMC Remedy 7.0.
|
| associationResultFieldName |
De veldnaam van het ticket (in het raw-ticket) dat het array van gekoppelde CI's uit het koppelingsschema bevat. alleen van toepassing op BMC Remedy 7.0.
|
In het configuratiebestand van de XML-adapter kunnen de volgende connectorattributen worden geconfigureerd:
| Naam eigenschap | Beschrijving |
|---|---|
| idPropertyName
(verplicht) |
De eigenschapsnaam van de aanvraag-ID in elk XML-bestand waarnaar aanvragen van servicedesktoepassingen worden verzonden. |
| creationDatePropertyName
(verplicht) |
De eigenschapsnaam van de waarde creation-date van de aanvraag in het XML-bestand. Als creation-date een XML-element is, moet u de naam van dit element gebruiken. U kunt de eigenschapsnaam creation-date bijvoorbeeld als volgt gebruiken: <change-request> <creation-date>01/01/01</creation-date> </change-request> Als creation-date een attribuut van het XML-element van de aanvraag is, moet u @<elementnaam> gebruiken. U kunt de eigenschapsnaam @creation-date bijvoorbeeld als volgt gebruiken: <change-request creation-date="01/01/01"> </change-request> |
| dateFormat
(verplicht) |
De indeling van de waarde creation-date in het XML-bestand. |
| directoryName
(verplicht) |
Het pad naar de gedeelde map waarin de aanvragen van de servicedesktoepassing in XML-bestandsindeling zijn geplaatst. deze eigenschap wordt geconfigureerd met het hulpprogramma voor servicedeskconfiguratie (SdiConfigurer.bat).
|
| pattern |
Het patroon van de bestandsnaam als reguliere expressie. Meer informatie over dit onderwerp vindt u op de volgende webpagina: http://java.sun.com/j2se/1.4.2/docs/api/java/util/regex/Pattern.html. |
In het configuratiebestand van de Service Manager-adapter kunt u de volgende connectorattributen configureren:
| Naam eigenschap | Beschrijving |
|---|---|
| idProperty | De eigenschapsnaam van het ID-veld in de instantie die door de Service Manager-webservice wordt geretourneerd. |
| lastUpdatedPropertyForQuery | De eigenschapsnaam van het veld last-update dat wordt gebruikt om query's op de Service Manager-webservice uit te voeren (de veldnaam die in een geavanceerde zoekopdracht op de Service Manager-clientcomputer wordt gebruikt). |
| creationDatePropertyForQuery | De eigenschapsnaam van het veld creation-date dat wordt gebruikt om query's op de Service Manager-webservice uit te voeren. |
| lastUpdatedPropertyForResult | De eigenschapsnaam van het veld last-update in de instantie die door de Service Manager-webservice wordt geretourneerd (meestal de veldnaam die als API beschikbaar is gesteld). |
| creationDatePropertyForResult | De eigenschapsnaam van het veld creation-date in de instantie die door de Service Manager-webservice wordt geretourneerd. |
| keyMethodName | De naam van de methode voor aanvraagsleutels (meestal de ID-veldnaam). |
| startFrom
(verplicht) |
Hiermee worden een begindatum en -tijd in het verleden opgegeven van waaraf het ophalen van tickets moet beginnen. Bijvoorbeeld: 13/01/2000 00:00:00 EST. |
| upperLimitDelta
(optioneel) |
Hiermee wordt het interval gedefinieerd dat aangeeft hoe vaak Release Control de tickets ophaalt. Deze waarde wordt gedefinieerd in milliseconden. Standaard staat de eigenschap upperLimitDelta niet in het bestand <adapternaam>-adapter.settings. Als u een waarde voor deze eigenschap wilt definiëren, moet u de eigenschap handmatig aan het bestand toevoegen in het gedeelte <connection-properties>.
|
| timeZone |
De tijdzone van de Service Manager-server die wordt gebruikt voor het converteren van de laatste bijwerktijd van een aanvraag van Service Manager. Nadat u de tijdzone hebt ingesteld, moet u controleren of de eigenschap queryDateFormatPattern (zie onder) aan de tijdzonedefinitie voldoet.
|
| wsDateFormatPattern |
De datumnotatie die in het antwoord van de Service Manager-webservice wordt gebruikt. Een overzicht van beschikbare indelingen vindt u op de volgende webpagina: http://java.sun.com/j2se/1.4.2/docs/api/java/text/SimpleDateFormat.html |
| queryDateFormatPattern |
De datumnotatie die wordt gebruikt om query's op het Service Manager-systeem uit te voeren (zoals gebruikt in geavanceerde zoekopdrachten in de UI). Welke notaties beschikbaar zijn, wordt uitgelegd in:http://java.sun.com/j2se/1.4.2/docs/api/java/text/SimpleDateFormat.htm |
| serviceUrl |
De URL van de webservice. deze eigenschap wordt geconfigureerd met het hulpprogramma voor servicedeskconfiguratie (SdiConfigurer.bat).
|
| userName |
De gebruikersnaam waarmee Release Control verbinding maakt met het Service Manager-systeem. deze eigenschap wordt geconfigureerd met het hulpprogramma voor servicedeskconfiguratie (SdiConfigurer.bat).
|
| password |
Het wachtwoord waarmee Release Control verbinding maakt met het Service Manager-systeem.
|
| additionalConstraintsForPolling
(optioneel) |
Een extra filtercriterium om meer flexibiliteit te bieden bij het bepalen welke wijzigingen in de peilingsmodus worden opgehaald. De syntaxis voor deze beperking is gelijk aan de syntaxis die wordt gebruikt voor geavanceerd zoeken in Service Manager. dit wordt geïmplementeerd door and (<constraint>) aan de Service Manager-query toe te voegen.
|
In het configuratiebestand van de Service Desk-adapter kunt u de volgende connectorattributen configureren:
| Naam eigenschap | Beschrijving |
|---|---|
| connector-type
(verplicht) |
Voor aanvragen van het hoogste niveau moet deze eigenschap worden ingesteld op: hpsdChange Voor aanvragen van het tweede niveau moet deze eigenschap worden ingesteld op: hpsdWorkOrder |
| idProperty
(verplicht) |
De eigenschapsnaam van het ID-veld in de instantie die door Service Desk wordt geretourneerd. |
| lastUpdatedProperty
(verplicht) |
De eigenschapsnaam van het veld last-update. |
| createdProperty
(verplicht) |
De eigenschapsnaam van het veld creation-date. |
| serviceUrl
(verplicht) |
De URL van de webservice. Indeling: [<IP-adres Service Desk-server>:<poort Service Desk-server>] de serverpoort is meestal 30999.
deze eigenschap wordt geconfigureerd met het hulpprogramma voor servicedeskconfiguratie (SdiConfigurer.bat). |
| userName
(verplicht) |
De gebruikersnaam waarmee Release Control verbinding maakt met Service Desk. deze eigenschap wordt geconfigureerd met het hulpprogramma voor servicedeskconfiguratie (SdiConfigurer.bat).
|
| password
(verplicht) |
Het wachtwoord waarmee Release Control verbinding maakt met Service Desk. Het wachtwoord mag versleuteld zijn. Meer informatie over dit onderwerp vindt u in Wachtwoordversleuteling.
deze eigenschap wordt geconfigureerd met het hulpprogramma voor servicedeskconfiguratie (SdiConfigurer.bat). |
In het configuratiebestand van de adapter voor Project and Portfolio Management/IT Governance Center kunt u de volgende connectorattributen configureren:
| Naam eigenschap | Beschrijving |
|---|---|
| requestTypeName
(verplicht) |
De naam van het aanvraagtype uit Project and Portfolio Management/IT Governance Center dat u wilt laten ophalen. Dit veld is hoofdlettergevoelig. |
| parentRequestTypeName
(verplicht als het een aanvraag op het tweede niveau met een bovenliggende aanvraag betreft) |
De naam van het bovenliggende aanvraagtype uit Project and Portfolio Management/IT Governance Center dat u wilt laten ophalen, als het een aanvraag op het tweede niveau betreft (dus een aanvraag gekoppeld aan een bovenliggende aanvraag). |
| username
(verplicht) |
De gebruikersnaam waarmee Release Control verbinding maakt met Project and Portfolio Management/IT Governance Center. deze eigenschap wordt geconfigureerd met het hulpprogramma voor servicedeskconfiguratie (SdiConfigurer.bat).
|
| password
(verplicht) |
Het wachtwoord waarmee Release Control verbinding maakt met Project and Portfolio Management/IT Governance Center. Het wachtwoord moet versleuteld zijn. Meer informatie over dit onderwerp vindt u in Wachtwoordversleuteling. deze eigenschap wordt geconfigureerd met het hulpprogramma voor servicedeskconfiguratie (SdiConfigurer.bat).
|
| serviceUrl
(verplicht) |
De URL van de Project and Portfolio Management/IT Governance Center-webservice. deze eigenschap wordt geconfigureerd met het hulpprogramma voor servicedeskconfiguratie (SdiConfigurer.bat).
|
| sourceStepSequence |
Als u uw omgeving configureert om gebruikers de mogelijkheid te geven stappen in Project and Portfolio Management/IT Governance Center goed te keuren vanuit Release Control, definieer dan de stap in Project and Portfolio Management waarin de goedkeuring in werking treedt. deze eigenschap kan worden geconfigureerd met het hulpprogramma voor servicedeskconfiguratie (SdiConfigurer.bat).
|
| dbURL |
Geef een geldige Oracle DB-SID (systeem-ID), servernaam en poort op. deze eigenschap kan worden geconfigureerd met het hulpprogramma voor servicedeskconfiguratie (SdiConfigurer.bat).
|
| userName |
De Oracle DB-gebruikersnaam. deze eigenschap kan worden geconfigureerd met het hulpprogramma voor servicedeskconfiguratie (SdiConfigurer.bat).
|
| password |
Het Oracle DB-wachtwoord. deze eigenschap kan worden geconfigureerd met het hulpprogramma voor servicedeskconfiguratie (SdiConfigurer.bat).
|
In het configuratiebestand van de Server Automation-adapter kunt u de volgende connectorattributen configureren:
| Naam eigenschap | Beschrijving |
|---|---|
| saServerUrl
(verplicht) |
De URL van de Server Automation-server. deze eigenschap wordt geconfigureerd met het hulpprogramma voor servicedeskconfiguratie (SdiConfigurer.bat).
|
| saUsername
(verplicht) |
Een geldige gebruikersnaam voor toegang tot de Server Automation-server. deze eigenschap wordt geconfigureerd met het hulpprogramma voor servicedeskconfiguratie (SdiConfigurer.bat).
|
| saPassword
(verplicht) |
Een geldig wachtwoord voor toegang tot de Server Automation-server. deze eigenschap wordt geconfigureerd met het hulpprogramma voor servicedeskconfiguratie (SdiConfigurer.bat).
|
| trustCertFile
(verplicht) |
De locatie van het bestand met het beveiligingscertificaat van Server Automation. Dit bestand bevindt zich mogelijk in var/opt/optsware/crypto/coglib/opsware-ca.crt. |
| filterRelevantJobs |
Een lijst met de taaktypen die in Release Control zijn geïmporteerd. Meer informatie over zoekfiltersyntaxis vindt u in de Opsware Automation Platform Developers Guide. Standaard: alle taken met de status In behandeling of Terugkerend. |
In het configuratiebestand van de Network Automation-adapter kunt u de volgende connectorattributen configureren:
| Naam eigenschap | Beschrijving |
|---|---|
| naServerURL
(verplicht) |
De URL van de Network Automation-server. deze eigenschap wordt geconfigureerd met het hulpprogramma voor servicedeskconfiguratie (SdiConfigurer.bat).
|
| naUsername
(verplicht) |
Een geldige gebruikersnaam voor toegang tot de Network Automation-server. deze eigenschap wordt geconfigureerd met het hulpprogramma voor servicedeskconfiguratie (SdiConfigurer.bat).
|
| naPassword
(verplicht) |
Een geldig wachtwoord voor toegang tot de Network Automation-server. deze eigenschap wordt geconfigureerd met het hulpprogramma voor servicedeskconfiguratie (SdiConfigurer.bat).
|
| timeZoneString |
De indeling voor het bepalen van de tijdzone bij het converteren van aanvragen naar een andere tijdzone. Als u dit in een bepaalde tijdzone wilt wijzigen, moet u de Java-naamgevingsconventies voor tijdzones gebruiken. Standaard: UTC |
| dateFormatString | De datum- en tijdnotatie. |
| queryStatus | Taken worden alleen geïmporteerd als ze een van de statussen in deze tag hebben. |
| daysBefore | Dit getal bepaalt de periode vóór de huidige datum waaruit taken uit Network Automation worden geïmporteerd (14 betekent bijvoorbeeld dat alle taken worden geïmporteerd die gepland waren in de periode tot 14 dagen vóór vandaag). |
| daysAfter | Dit getal bepaalt de periode na de huidige datum waaruit taken uit Network Automation worden geïmporteerd (7 betekent bijvoorbeeld dat alle taken worden geïmporteerd die gepland zijn in de periode tot 7 dagen na vandaag). |
| excludeTaskTypes | Een lijst met taaktypen die NIET uit Network Automation worden geïmporteerd. |
In het databaseconfiguratiebestand kunnen de volgende connectorattributen worden geconfigureerd:
| Naam eigenschap | Beschrijving |
|---|---|
| dbUrl
(verplicht) |
De URL van de database. deze eigenschap wordt geconfigureerd met het hulpprogramma voor servicedeskconfiguratie (SdiConfigurer.bat).
|
| userName
(verplicht) |
De gebruikersnaam waarmee Release Control verbinding maakt met de database. deze eigenschap wordt geconfigureerd met het hulpprogramma voor servicedeskconfiguratie (SdiConfigurer.bat).
|
| password
(verplicht) |
Het wachtwoord waarmee Release Control verbinding maakt met de database. Het wachtwoord moet versleuteld zijn. Meer informatie over dit onderwerp vindt u in Wachtwoordversleuteling. deze eigenschap wordt geconfigureerd met het hulpprogramma voor servicedeskconfiguratie (SdiConfigurer.bat).
|
| driverClassName
(verplicht) |
De naam van het JDBC-stuurprogramma. Hiermee wordt het stuurprogramma opgenomen in de map <installatiemap van Release Control>\tomcat\lib. |
| idSelectQuery
(verplicht) |
De SQL-query waarmee de set ID's voor wijzigingsaanvragen wordt geretourneerd op basis van de waarde van het veld last-updated van de aanvragen. Belangrijk: Om te voorkomen dat er een oneindige lus ontstaat waarin telkens dezelfde wijzigingsaanvragen worden opgehaald, mag de query niet de datum van de laatst opgehaalde wijzigingsaanvraag bevatten. Gebruik daarom GEEN groter-dan-of-gelijk-aan-teken (>=) in de query. Gebruik alleen een groter-dan-teken (>). Voorbeeld van een juiste query: Een juiste query bevat een datum die later valt dan de datum waarop de laatste wijzigingsaanvraag werd opgehaald. Als de laatste wijzigingsaanvraag bijvoorbeeld op 1 februari 2010 werd opgehaald, stelt u de datum als volgt in: select change_id from changes where last_updated > 2/1/2010 |
| startFrom
(verplicht) |
Hiermee worden een begindatum en -tijd in het verleden opgegeven van waaraf het ophalen van tickets moet beginnen. Bijvoorbeeld: 13/01/2000 00:00:00 EST. |
| upperLimitDelta
(optioneel) |
Hiermee wordt het interval gedefinieerd dat aangeeft hoe vaak Release Control de tickets ophaalt. Deze waarde wordt gedefinieerd in milliseconden. Standaard staat de eigenschap upperLimitDelta niet in het bestand <adapternaam>-adapter.settings. Als u een waarde voor deze eigenschap wilt definiëren, moet u de eigenschap handmatig aan het bestand toevoegen in het gedeelte <connection-properties>.
|
| ticketFetchQuery
(verplicht) |
De SQL-query die een set wijzigingsaanvragen retourneert op basis van de ID van de aanvragen. Bijvoorbeeld: select * from changes where ID = ? |
| lastUpdatedFieldName
(verplicht) |
De naam van de kolom in de resultatenset die de waarde van het veld last-update bevat. |
| lastUpdatedFieldType
(verplicht) |
Een van de volgende waarden: time (tijd), timestamp (tijdstempel), date (datum), milliseconds (milliseconden) of seconds (seconden). |
| idFieldName
(verplicht) |
De naam van de kolom in de resultatenset die de waarde van het ID-veld bevat. |
| connectionProperties |
De database-eigenschappen in java.util.Properties-indeling. Bijvoorbeeld: key1=value1 key2=value2 |
| connectionPoolProperties |
De databasepool-verbindingseigenschappen in java.util.Properties-indeling. Een overzicht van mogelijke waarden vindt u op de volgende webpagina: http://www.mchange.com/projects/c3p0/index.html |




