Zoeken in de Help
Als u in de Help wilt zoeken naar informatie typt u een woord of woordgroep in het vak Zoeken. Wanneer u een groep woorden invoert, wordt aangenomen dat u OR bedoelt. U kunt booleaanse operators gebruiken om uw zoekopdracht te verfijnen.
De geretourneerde resultaten zijn niet hoofdlettergevoelig. Bij het toekennen van de relevantiescore voor resultaten wordt echter wel rekening gehouden met het hoofdlettergebruik; resultaten waarvan het hoofdlettergebruik overeenkomt, krijgen namelijk een hogere score. Een zoekopdracht naar 'katten' gevolgd door een zoekopdracht naar 'Katten' levert daarom hetzelfde aantal Help-onderwerpen op, maar de volgorde waarin de onderwerpen worden getoond, verschilt wel.
| Zoeken naar | Voorbeeld | Resultaten |
|---|---|---|
| Een enkel woord | kat
|
Onderwerpen die het woord 'kat' bevatten. U vindt hiermee ook grammaticale variaties, zoals 'katten'. |
|
Een woordgroep. U kunt opgeven dat de zoekresultaten een bepaalde woordgroep moeten bevatten. |
"voer voor kat" (aanhalingstekens) |
Onderwerpen die de letterlijke woordgroep 'voer voor kat' bevatten, plus alle grammaticale variaties hiervan. Zonder de aanhalingstekens komt de query overeen met het gebruik van een OR-operator, waarmee onderwerpen worden gevonden waarin een of meer van de afzonderlijke woorden voorkomen in plaats van de hele woordgroep. |
| Zoeken naar | Operator | Voorbeeld |
|---|---|---|
|
Twee of meer woorden in hetzelfde onderwerp |
|
|
| Een van beide woorden in een onderwerp |
|
|
| Onderwerpen die een specifiek woord of een specifieke woordgroep niet bevatten |
|
|
| Onderwerpen die een bepaalde tekenreeks wel bevatten en een andere tekenreeks niet | ^ (caret) |
kat ^ muis
|
| Een combinatie van beide typen | ( ) ronde haken |
|
- Concepten
- Instellingen voor integratie met Universal CMDB configureren - overzicht
- Werken in de standalone-modus - overzicht
- Verborgen en gedetecteerde wijzigingen configureren
- Regels voor impactanalyse (correlatieregels) configureren
- Federationadapters in Release Control - overzicht
- De wijzigings-federationadapter
Verborgen en gedetecteerde wijzigingen configureren
Release Control bevat alle wijzigingen die volgens de planning in uw omgeving zullen plaatsvinden.
Als u met Universal CMDB werkt, kunt u deze toepassing zo configureren dat hij periodiek alle reële wijzigingen in uw omgeving detecteert en de gegevens van deze wijzigingen naar Release Control zendt.
De functie voor verborgen wijzigingen stelt u in staat te bepalen of wijzigingen die in uw omgeving zijn ontdekt (de zogeheten gedetecteerde wijzigingen) overeenkomen met wijzigingen die waren gepland in Release Control (de zogeheten geplande wijzigingen).
Informatie over het configureren van de functie voor verborgen wijzigingen vindt u in Deelvenster Verborgen wijzigingen.
Als een wijziging wordt ontdekt, probeert Release Control deze te koppelen aan een geplande wijziging. Daarbij worden de volgende criteria gehanteerd:
- Tijdsperiode. Release Control controleert of de gedetecteerde wijziging plaatsvond in dezelfde tijdsperiode als een geplande wijziging.
Release Control controleert eerst de daadwerkelijke tijd waarin de geplande wijziging is doorgevoerd via de servicedesk of de module Traffic Control. Als er geen daadwerkelijke implementatietijd is vastgelegd, wordt de geplande tijd van de wijziging gebruikt.
- CCI/groepeer-CI. Als de gedetecteerde wijziging plaatsvond in dezelfde tijdsperiode als een geplande wijziging, controleert Release Control of het gewijzigde CI (CCI) in de gedetecteerde wijziging overeenkomt met dat in de geplande wijziging. Als de CCI's niet overeenkomen, controleert Release Control of ze gekoppeld zijn aan een gezamenlijke groepeer-CI zoals bijvoorbeeld een host.
- Wijzigingstype. Als de gedetecteerde wijziging de bovengenoemde criteria (tijd en CCI/groepeer-CI) deelt met een geplande wijziging, controleert Release Control of de gedetecteerde en de geplande wijziging hetzelfde wijzigingstype hebben. Een wijziging kan ofwel op hardware ofwel op software betrekking hebben (standaard HW_ADD of SW_ADD).
Voor meer informatie, zie Deelvenster Wijzigingstype dat overeenkomt met CI-type.
Release Control verwerkt de gedetecteerde wijziging op een van de onderstaande manieren, afhankelijk van de mate waarin deze voldoet aan de bovengenoemde criteria:
- Release Control geeft de wijziging weer als een gedetecteerde wijziging.
Als een gedetecteerde wijziging op alle genoemde criteria (tijd, CCI/groepeer-CI en wijzigingstype) overeenkomt met een geplande wijziging, definieert Release Control deze als een gedetecteerde wijziging. Gedetecteerde wijzigingen worden samen met de bijbehorende wijzigingsaanvraag weergegeven op het tabblad Controle > Controles in de module Analyse.
- Release Control geeft de wijziging weer als een verborgen wijziging.
Als een gedetecteerde wijziging niet of slechts op basis van enkele van de genoemde criteria met een geplande wijziging overeenkomt, definieert Release Control de wijziging als een verborgen wijziging.
Opmerking Het systeem negeert mogelijk verborgen wijzigingen als het een onbekende waarde aantreft in het veld change-type-orig. U kunt dit voorkomen door het veld toe te voegen aan het bestand convertChange.js. U vindt dit onder Module > Beheerder > tabblad Configuratie > Integraties > Servicedesk-adapters > <servicedesk-toepassing>.
Als bijvoorbeeld de gedetecteerde wijziging plaatsvond in dezelfde periode als de geplande wijziging maar de twee wijzigingen geen gezamenlijk groepeer-CI hebben, wordt de gedetecteerde wijziging gedefinieerd als verborgen.
Verborgen wijzigingen worden weergegeven als aparte wijzigingen in het deelvenster Wijzigingsaanvragen in de module Analyse.
- Release Control negeert de wijziging.
Als de gedetecteerde wijziging op de eerste twee criteria (tijd en CCI/groepeer-CI) overeenkomt met de geplande wijziging, maar de geplande wijziging geen informatie bevat die aangeeft wat voor wijzigingstype het betreft (d.w.z. als het wijzigingstype onbekend is), negeert Release Control de gedetecteerde wijziging en wordt deze niet weergegeven.
Het onderstaande stroomdiagram toont hoe Release Control een gedetecteerde wijziging verwerkt:
Voorbeeld:
Laten we aannemen dat een wijziging is gedetecteerd, die we NewChange noemen. De geplande wijzigingen die Release Control bevat zijn respectievelijk CCMrequest1, CCMrequest2 en CCMrequest3.
Release Control probeert aan de hand van de hierboven beschreven criteria te bepalen of de gedetecteerde wijziging NewChange overeenkomt met bestaande geplande wijzigingen (CCMrequest1, CCMrequest2 en CCMrequest3).
NewChange en CCMrequest2 blijken te zijn uitgevoerd in dezelfde tijdsperiode. Vervolgens controleert Release Control of NewChange en CCMrequest2 dezelfde CI's hebben. Dit blijkt niet zo te zijn en Release Control controleert of zij gekoppeld zijn aan een gezamenlijk groepeer-CI. Dit blijkt wel zo te zijn en vervolgens controleert Release Control het wijzigingstype.
- Als NewChange en CCMrequest2 van hetzelfde wijzigingstype zijn (in beide wijzigingen is hardware toegevoegd), wordt NewChange gedefinieerd als een gedetecteerde wijziging.
- Als NewChange en CCMrequest2 van verschillende wijzigingstypen zijn (in de ene is hardware toegevoegd, in de andere software), wordt NewChange gedefinieerd als een verborgen wijziging.
- Als Release Control het wijzigingstype van CCMrequest2 niet kan bepalen, negeert het systeem NewChange en geeft deze vervolgens nergens weer.




