Deelvenster Verborgen wijzigingen

In dit deelvenster kunt u de functie voor verborgen wijzigingen van Release Control configureren.

Openen Selecteer Module > Beheerder > tabblad Configuratie > Integraties > Universal CMDB > Verborgen wijzigingen.
Belangrijke informatie
  • Alle knooppunten in de TQL moeten zijn ingesteld op zichtbaar (eigenschap zichtbaar = true).
  • Dit deelvenster is niet beschikbaar als u Release Control in standalone-modus gebruikt.
Zie ook

Hieronder worden de elementen van de gebruikersinterface beschreven:

UI-elementen Beschrijving
Periode wijzigingsdetectie (uren)

Hier definieert u de tijdsperiode waarvoor Release Control informatie over gedetecteerde wijzigingen opvraagt bij Universal CMDB.

Standaard: 24 uren (aangegeven in uren). Dit houdt in dat Universal CMDB zoekt naar wijzigingen die hebben plaatsgevonden in de voorafgaande 24 uren.

Query's wijzigingsdetectie Release Control gebruikt de TQL-query ccmDetectedChangesRule om de CI-typen te beschrijven die moeten worden gecontroleerd op wijzigingen. Elk CI-type moet ook aan zijn groepeer-CI zijn gekoppeld.
Periode herstel wijzigingsdetectie (uren)

Tijdens het opstarten zoekt de Release Control-server naar gevallen waarin problemen optraden tijdens het berekenen van gedetecteerde wijzigingen (bijvoorbeeld omdat de server tijdens de berekening stopte of werd gestopt).

Met deze optie kunt u instellen tot hoe ver terug Release Control de wijzigingsdetectie moet berekenen.

Standaard: één maand (aangegeven in uren)

Planning wijzigingsdetectie

Hier definieert u de planning voor het opvragen door Release Control van informatie over gedetecteerde wijzigingen bij Universal CMDB.

voer deze waarde in als een cron-expressie.
Modus verborgen wijzigingen

Door hier een waarde te selecteren, kunt u met de functie voor verborgen wijzigingen werken. De volgende waarden zijn beschikbaar:

  • Verborgen en gedetecteerd. De functie voor verborgen wijzigingen is volledig geactiveerd. Verborgen en gedetecteerde wijzigingen worden weergegeven volgens de criteria die zijn beschreven in Over verborgen en gedetecteerde wijzigingen.
  • Wijzigingstypen overwegen. De functie voor verborgen wijzigingen is gedeeltelijk geactiveerd. Gedetecteerde wijzigingen worden genegeerd; verborgen wijzigingen worden weergegeven. Verborgen wijzigingen die in uw omgeving zijn gedetecteerd, worden weergegeven volgens de criteria die zijn beschreven in Over verborgen en gedetecteerde wijzigingen.
  • Wijzigingstypen negeren. De functie voor verborgen wijzigingen is gedeeltelijk geactiveerd. Gedetecteerde wijzigingen worden genegeerd; verborgen wijzigingen worden weergegeven. In deze modus wordt het criterium wijzigingstype niet meegerekend bij het identificeren van verborgen wijzigingen.

    Het verschil tussen de modi Wijzigingstypen negeren en Wijzigingstypen overwegen wordt in het onderstaande voorbeeld toegelicht:

    Als een gedetecteerde wijziging overeenkomt met een van de geplande wijzigingen op basis van de eerste twee criteria (tijd en CCI/groepeer-CI) maar niet op wijzigingstype, geldt het volgende:

    • in de modus Wijzigingstypen negeren wordt de wijziging niet gedefinieerd als 'verborgen';
    • in de modus Wijzigingstypen overwegen wordt de wijziging wel gedefinieerd als 'verborgen'.
  • Uitgeschakeld. De functie voor verborgen wijzigingen is niet geactiveerd. Release Control ontvangt geen informatie over nieuwe wijzigingen in uw omgeving.

Standaard: Uitgeschakeld

Niveau verborgen wijziging Verborgen wijzigingen worden in de module Analyse weergegeven als afzonderlijke wijzigingen. Hiermee definieert u of verborgen wijzigingen worden weergegeven als wijzigingsaanvragen op bovenliggend niveau of op onderliggend niveau.
Notatie aanvraag-ID verborgen wijziging Hier kunt u een notatie voor de aanvraag-ID van de verborgen wijziging definiëren.
Beginwaarde aanvraag-ID verborgen wijziging Voer hier het getal in dat in de aanvraag-ID wordt opgenomen voor de eerste verborgen wijziging die in het systeem wordt vastgelegd.