Configuratieset importeren

Met het hulpprogramma Configuratieset importeren kunt u een dumpbestand van een configuratieset importeren in een exemplaar van Release Control. Een configuratieset importeren is bijvoorbeeld nuttig wanneer u naar een andere omgeving migreert, bijvoorbeeld van een test- naar een productieomgeving.

  1. Deze functie is ook beschikbaar binnen de gebruikersinterface van Release Control. Het wordt aanbevolen dat u de gebruikersinterfaceoptie gebruikt die ook valideringen uitvoert op de geïmporteerde configuratieset.
  2. de geïmporteerde configuratieset krijgt de naam van het dumpbestand. De naam van de configuratieset is uniek, wat betekent dat het niet mogelijk is om hetzelfde dumpbestand twee keer te importeren.

Een configuratieset importeren:

  1. Hoewel de server actief kan zijn tijdens het gebruik van dit hulpprogramma, wordt aanbevolen dat u eerst alle actieve exemplaren van Release Control stopzet, omdat voor sommige configuraties misschien een nieuwe opstart van het volledige systeem nodig is.
  2. Voer de volgende opdracht uit:
    <installatiemap van Release Control>\bin\ImportCs.bat <database-eigenschappen> <naam dumpbestand>

    Hierin kan <database-eigenschappen> worden gedefinieerd door te verwijzen naar de plaats van het bestand database.properties of door iedere database-eigenschap op te geven.

Hieronder vindt u de <opties> voor de opdrachtregel:

Optie Beschrijving
--activate Activeer de geïmporteerde configuratie.
--connection-url

URL voor verbinding met de database.

Gebruik deze optie alleen als -p niet wordt gebruikt. Gebruik deze optie met --dialect, --driver, --username en --password.
--dialect

Databasedialect.

Ondersteunde dialecten: H2Dialct, SQLServerDialect, Oracle9iDialect, Oracle10gDialect.

Gebruik deze optie alleen als -p niet wordt gebruikt. Gebruik deze optie met --connection-url, --driver, --username en --password.
--driver

Klassenaam van het databasestuurprogramma. Bijvoorbeeld: org.h2.Driver, net.sourceforge.jtds.jdbc.Driver, oracle.jdbc.OracleDriver.

Gebruik deze optie alleen als -p niet wordt gebruikt. Gebruik deze optie met --connection-url, --dialect, --username en --password.
-f <bestandsnaam>

--file <bestandsnaam>

Naam dumpbestand.

deze optie is verplicht.

-h

--help

Informatie over hoe u het programma kunt gebruiken.

-p <bestand>

--database-properties <bestand>

Plaats van het bestand database.properties.

deze optie is verplicht, behalve wanneer u de database-eigenschappen opgeeft met de opties --connection-url, --driver, --username of --password.
--password

Databasewachtwoord.

Gebruik deze optie alleen als -p niet wordt gebruikt. Gebruik deze optie met --connection-url, --dialect, --driver en --username.
--username

Gebruikersnaam database.

Gebruik deze optie alleen als -p niet wordt gebruikt. Gebruik deze optie met --connection-url, --dialect, --driver en -password.
--verbose Uitgebreide modus.

Als u bijvoorbeeld een dumpbestand voor een configuratieset wilt importeren met de naam mijndump.zip:

cd <hoofdmap van RC-installatie>\bin

ImportCs.bat -p ..\conf\database.properties -f mijndump.zip