Zoeken in de Help
Als u in de Help wilt zoeken naar informatie typt u een woord of woordgroep in het vak Zoeken. Wanneer u een groep woorden invoert, wordt aangenomen dat u OR bedoelt. U kunt booleaanse operators gebruiken om uw zoekopdracht te verfijnen.
De geretourneerde resultaten zijn niet hoofdlettergevoelig. Bij het toekennen van de relevantiescore voor resultaten wordt echter wel rekening gehouden met het hoofdlettergebruik; resultaten waarvan het hoofdlettergebruik overeenkomt, krijgen namelijk een hogere score. Een zoekopdracht naar 'katten' gevolgd door een zoekopdracht naar 'Katten' levert daarom hetzelfde aantal Help-onderwerpen op, maar de volgorde waarin de onderwerpen worden getoond, verschilt wel.
| Zoeken naar | Voorbeeld | Resultaten |
|---|---|---|
| Een enkel woord | kat
|
Onderwerpen die het woord 'kat' bevatten. U vindt hiermee ook grammaticale variaties, zoals 'katten'. |
|
Een woordgroep. U kunt opgeven dat de zoekresultaten een bepaalde woordgroep moeten bevatten. |
"voer voor kat" (aanhalingstekens) |
Onderwerpen die de letterlijke woordgroep 'voer voor kat' bevatten, plus alle grammaticale variaties hiervan. Zonder de aanhalingstekens komt de query overeen met het gebruik van een OR-operator, waarmee onderwerpen worden gevonden waarin een of meer van de afzonderlijke woorden voorkomen in plaats van de hele woordgroep. |
| Zoeken naar | Operator | Voorbeeld |
|---|---|---|
|
Twee of meer woorden in hetzelfde onderwerp |
|
|
| Een van beide woorden in een onderwerp |
|
|
| Onderwerpen die een specifiek woord of een specifieke woordgroep niet bevatten |
|
|
| Onderwerpen die een bepaalde tekenreeks wel bevatten en een andere tekenreeks niet | ^ (caret) |
kat ^ muis
|
| Een combinatie van beide typen | ( ) ronde haken |
|
Identiteitsbeheer gebruiken
Organisaties kunnen identiteitsbeheersystemen gebruiken om gegevens van gebruikersaccounts te beheren en de toegang tot toepassingen te regelen. Als er een identiteitsbeheersysteem geïnstalleerd is en een gebruiker probeert een toepassing te openen, wordt deze gebruiker door het identiteitsbeheersysteem geverifieerd en moet hij zijn aanmeldingsgegevens (zoals een gebruikersnaam en wachtwoord) invoeren. Na de verificatie wordt de gebruiker door het identiteitsbeheersysteem geautoriseerd voor een bepaald toegangsniveau tot de toepassing, dat afhankelijk is van de identiteit en machtigingen van de gebruiker. Op deze manier worden kritieke gegevens met specifieke autorisaties beveiligd en worden de identiteitsgegevens van de eindgebruikers op de juiste wijze opgeslagen.
Release Control ondersteunt diverse identiteitsbeheersystemen. In de configuratievoorbeelden in dit document wordt het identiteitsbeheersysteem CA SiteMinder 6.0 gebruikt.
Voor meer informatie over de architectuur van de Identity Manager-modus, zie De architectuur van de Identity Manager-modus in Release Control.
Voor meer informatie over het gebruik van de identiteitsbeheermodus, zie Gebruik van de Identity Manager-modus.




