Beheerder > Instellingen voor integratie met Universal CMDB configureren > Concepten > Instellingen voor integratie met Universal CMDB configureren - overzicht

Instellingen voor integratie met Universal CMDB configureren - overzicht

Universal CMDB is een database waarin de CI's, CIT's en hun onderlinge relaties zijn opgeslagen. Release Control verkrijgt op verschillende manieren informatie van Universal CMDB voor relevante berekeningen, zoals bijvoorbeeld die voor impactanalyse.

  1. Tijdens het wijzigingsproces kan Release Control een fout als de onderstaande retourneren (weggeschreven naar het bestand <installatiemap van Release Control>\server-0\logs\cmdb-90\cmdb-90_general.log):

    Caused by:

    com.mercury.topaz.cmdb.shared.tql.exception.TqlValidationException: [ErrorCode [122] Properties condition exceeded maximum variables allowed]

    Properties condition exceeded maximum variables allowed! number of vars: 100 maximum vars allowed :50

    Als deze uitzondering zich voordoet, moet u de maximumwaarde voor het aantal variabelen verhogen dat wordt toegestaan voor impactanalyse. Dit kunt u doen via de JMX-console 9.01 van Universal CMDB (meer informatie hierover vindt u in Het aantal CI-eigenschapvoorwaarden voor impactanalyse vergroten in de JMX-console). Let er daarbij op dat u deze maximumwaarde verhoogt naar het getal dat in de foutmelding wordt genoemd; in het bovengenoemde voorbeeld is dat 100. Als u het maximum hoger instelt, kan dat de prestaties van Universal CMDB nadelig beïnvloeden.

  2. Meer informatie over instellingen die moeten worden geconfigureerd voor de interactie tussen Universal CMDB en Release Control vindt u in de Implementatiehandleiding voor Release Control.
  3. In deze sectie wordt gebruik gemaakt van terminologie uit Universal CMDB. Een object wordt hierin 'CI' genoemd, een CI-type wordt aangeduid als 'CIT'.