Beheerder > Instellingen voor integratie met Universal CMDB configureren > Taken > Met de JMX-console Release Control en Universal CMDB configureren voor werken met LDAP

Met de JMX-console Release Control en Universal CMDB configureren voor werken met LDAP

deze taak is relevant als u werkt met Universal CMDB versie 8.x of hoger.

In deze taak wordt beschreven hoe door middel van de JMX-console zowel Release Control als Universal CMDB in staat kunt stellen om met LDAP te werken.

  1. Open uw webbrowser en voer het volgende adres in: http://<server_naam>:8080/jmx-console. Hierin staat <server_naam> voor de naam van het systeem waarop Universal CMDB is geïnstalleerd.
  2. Ga naar MAM en klik op service=MAM Security Services om de pagina 'JMX MBEAN View' op te roepen.
  3. Zoek naar java.lang.String createIntegrationUser.
  4. Voer in het veld ParamValue van de parameter customerId de klant-ID in.
  5. Voer in het veld ParamValue van de parameter userName de gebruikersnaam van de beheerder in, zoals deze is opgegeven in het bestand ldap.properties. U vindt dit bestand via Module > Beheerder > tabblad Configuratie > Beveiliging > Verificatie > LDAP-modus > Eigenschappen LDAP-server.
  6. Voer in het veld ParamValue van de parameter password het wachtwoord van de beheerder in, zoals dat is opgegeven in het bestand ldap.properties. U vindt dit bestand via Module > Beheerder > tabblad Configuratie > Beveiliging > Verificatie > LDAP-modus > Eigenschappen LDAP-server.
  7. Voer in het veld ParamValue van de parameter dataStoreOrigin de waarde RC in.
  8. Klik op Invoke om de vereiste combinatie van gebruikersnaam en wachtwoord te genereren.
  9. Kopieer de gebruikersnaam en het wachtwoord en plak deze in de velden Gebruikersnaam resp. Wachtwoord in Module > Beheerder > tabblad Configuratie > Integraties > Universal CMDB > Beschikbare verbindingen. Voor meer informatie, zie <Deelvenster Activiteitstijdlijn>.