Zoeken in de Help
Als u in de Help wilt zoeken naar informatie typt u een woord of woordgroep in het vak Zoeken. Wanneer u een groep woorden invoert, wordt aangenomen dat u OR bedoelt. U kunt booleaanse operators gebruiken om uw zoekopdracht te verfijnen.
De geretourneerde resultaten zijn niet hoofdlettergevoelig. Bij het toekennen van de relevantiescore voor resultaten wordt echter wel rekening gehouden met het hoofdlettergebruik; resultaten waarvan het hoofdlettergebruik overeenkomt, krijgen namelijk een hogere score. Een zoekopdracht naar 'katten' gevolgd door een zoekopdracht naar 'Katten' levert daarom hetzelfde aantal Help-onderwerpen op, maar de volgorde waarin de onderwerpen worden getoond, verschilt wel.
| Zoeken naar | Voorbeeld | Resultaten |
|---|---|---|
| Een enkel woord | kat
|
Onderwerpen die het woord 'kat' bevatten. U vindt hiermee ook grammaticale variaties, zoals 'katten'. |
|
Een woordgroep. U kunt opgeven dat de zoekresultaten een bepaalde woordgroep moeten bevatten. |
"voer voor kat" (aanhalingstekens) |
Onderwerpen die de letterlijke woordgroep 'voer voor kat' bevatten, plus alle grammaticale variaties hiervan. Zonder de aanhalingstekens komt de query overeen met het gebruik van een OR-operator, waarmee onderwerpen worden gevonden waarin een of meer van de afzonderlijke woorden voorkomen in plaats van de hele woordgroep. |
| Zoeken naar | Operator | Voorbeeld |
|---|---|---|
|
Twee of meer woorden in hetzelfde onderwerp |
|
|
| Een van beide woorden in een onderwerp |
|
|
| Onderwerpen die een specifiek woord of een specifieke woordgroep niet bevatten |
|
|
| Onderwerpen die een bepaalde tekenreeks wel bevatten en een andere tekenreeks niet | ^ (caret) |
kat ^ muis
|
| Een combinatie van beide typen | ( ) ronde haken |
|
Clusterimplementatie - overzicht
De Release Control-server kan op meerdere knooppunten worden geïmplementeerd. U kunt een cluster van knooppunten implementeren over meerdere instanties van dezelfde fysieke machine, of over verschillende machines.
Clientaanvragen worden verdeeld over de knooppunten door middel van een load balancer. In een clusterimplementatie is de load balancer het punt van toegang tot het systeem; u krijgt toegang tot Release Control via de URL van de load balancer.
Release Control bevat ook een referentie-implementatie van een softwarematige load balancer. Deze load balancer bestaat uit twee componenten: een webserver (Apache of IIS) en een mod_jk. Het wordt echter aanbevolen om een hardwarematige load balancer te gebruiken. Release Control ondersteunt iedere load balancer met sticky session-functionaliteit.
Toepassing van een cluster vergroot de capaciteit voor gelijktijdige gebruikers van Release Control, ongeacht of u dit implementeert op één machine of verspreid over meerder machines. Als u ook de beschikbaarheid van de server wilt vergroten, moet u de cluster wel over meerdere machines verdelen.
- Bij bepaalde wijzigingen in de configuratie moet u de Release Control-service opnieuw opstarten. In een clusterimplementatie houdt dit in dat u alle knooppunten in de cluster opnieuw moet starten.
- Als u in een clusterimplementatie de veldinstellingen wijzigt (Module > Beheerder > tabblad Configuratie > Integraties > Velden), moet u alle knooppunten in het cluster afstoppen, op één na. Dit brengt geen uitvaltijd van het systeem met zich mee, omdat tijdens deze (korte) procedure één knooppunt beschikbaar blijft.
De reden dat u de knooppunten moet afstoppen is dat deze configuratie kan leiden tot wijzigingen aan het database-schema. Om te voorkomen dat de herconfiguratie van het databasemodel moet worden gesynchroniseerd in elk knooppunt, wordt deze wijziging verwerkt door één knooppunt.
Als u wijzigingen in de veldinstellingen van kracht wilt laten worden:
- Sla een concept van uw wijzigingen op.
- Stop alle knooppunten in het cluster af, op één na.
- Activeer op dat knooppunt de nieuwe configuratie.
- Start de andere knooppunten weer op.
- Als u een servicedesk-adapter configureert op een van de knooppunten en de overige knooppunten zijn geïnstalleerd op ander machines, ga dan als volgt te werk:
- Stop de Release Control-service op de overige knooppunten waar Release Control actief is.
- Kopieer het bestand <serviceDeskName>-adapter-log4j.properties uit de map conf op het eerste knooppunt naar de map conf op de overige knooppunten.
- Kopieer de map SDI-<serviceDeskName> uit de map apps op het eerste knooppunt naar de map apps op de overige knooppunten.




