Zoeken in de Help
Als u in de Help wilt zoeken naar informatie typt u een woord of woordgroep in het vak Zoeken. Wanneer u een groep woorden invoert, wordt aangenomen dat u OR bedoelt. U kunt booleaanse operators gebruiken om uw zoekopdracht te verfijnen.
De geretourneerde resultaten zijn niet hoofdlettergevoelig. Bij het toekennen van de relevantiescore voor resultaten wordt echter wel rekening gehouden met het hoofdlettergebruik; resultaten waarvan het hoofdlettergebruik overeenkomt, krijgen namelijk een hogere score. Een zoekopdracht naar 'katten' gevolgd door een zoekopdracht naar 'Katten' levert daarom hetzelfde aantal Help-onderwerpen op, maar de volgorde waarin de onderwerpen worden getoond, verschilt wel.
| Zoeken naar | Voorbeeld | Resultaten |
|---|---|---|
| Een enkel woord | kat
|
Onderwerpen die het woord 'kat' bevatten. U vindt hiermee ook grammaticale variaties, zoals 'katten'. |
|
Een woordgroep. U kunt opgeven dat de zoekresultaten een bepaalde woordgroep moeten bevatten. |
"voer voor kat" (aanhalingstekens) |
Onderwerpen die de letterlijke woordgroep 'voer voor kat' bevatten, plus alle grammaticale variaties hiervan. Zonder de aanhalingstekens komt de query overeen met het gebruik van een OR-operator, waarmee onderwerpen worden gevonden waarin een of meer van de afzonderlijke woorden voorkomen in plaats van de hele woordgroep. |
| Zoeken naar | Operator | Voorbeeld |
|---|---|---|
|
Twee of meer woorden in hetzelfde onderwerp |
|
|
| Een van beide woorden in een onderwerp |
|
|
| Onderwerpen die een specifiek woord of een specifieke woordgroep niet bevatten |
|
|
| Onderwerpen die een bepaalde tekenreeks wel bevatten en een andere tekenreeks niet | ^ (caret) |
kat ^ muis
|
| Een combinatie van beide typen | ( ) ronde haken |
|
Contextpad wijzigen
Met het hulpprogramma 'Contextpad wijzigen' kunt u het contextpad in Release Control wijzigen van de standaardwaarde /ccm naar een andere waarde.
Als u het contextpad wilt wijzigen:
- Stop de Release Control-service.
- Voor Release Control tot en met versie 9.13: voer in Windows het bestand
ChangeContextPath.batuit.Voor Release Control vanaf versie 9.20: voer in Windows het batchbestand
ChangeContextPath.batuit of in Linux het shellscriptChangeContextPath.sh. - Er wordt om het nieuwe contextpad gevraagd; voer dat in. Let op: het pad mag niet met een slash ('/'') beginnen of eindigen. De invoer /abc/ is bijvoorbeeld ongeldig. Zowel abc als a/b/c zijn wel correct.
- Controleer het serveradres. Selecteer in Release Control Module > Beheerder > Server. Pas zo nodig het serveradres aan.
Opmerking als u voor Release Control gebruik maakt van een proxyserver, is het niet nodig om het serveradres aan te passen.
- Wijzig de adapterparameter in Universal CMDB. Als u in uCMDB geen gebruik maakt van de Release Control-wijzigingsadapter, kunt u deze stap overslaan.
- Voeg een nieuwe parameter voor de URL toe.
Ga naar Adapterbeheer en selecteer in de lijst RcChangeAdapter. Klik op de uitvouwknop (+) en selecteer Adapters > RcChangeAdapter. Klik in de sectie Invoer op de knop Toevoegen. Voeg een nieuwe parameter toe met de naam url en de waarde ${SOURCE.url}.

Klik in de sectie Adapterparameters op de knop Toevoegen. Voeg een nieuwe parameter toe met de naam url.

- Laat de parameter verwijzen naar het nieuwe contextpad.
Ga naar Integration Studio en selecteer in de lijst Integratiepunt de waarde rc_ucmdb. Klik op de knop Bewerken om deze parameter te openen. Voer in het veld URL-overschrijving de nieuwe waarde van het contextpad in.

In de hierboven weergegeven schermafbeelding is de naam van de Release Control-adapter rc_ucmdb. In uw omgeving kan een afwijkende naam zijn geconfigureerd. Als er geen adapter bestaat, dient u deze te maken.
- Start de Release Control-service opnieuw.




