Deelvenster Alerts

In dit deelvenster kunt u de instellingen voor alerts in het deelvenster Alerts van de module Beheer configureren.

Openen
Selecteer Module > Beheerder > tabblad Configuratie > Modules > Beheer > Alerts.
Belangrijke informatie
Om deze configuratiewijzigingen van kracht te laten worden, moet u de Release Control-service opnieuw starten.
Zie ook

Hieronder worden de elementen van de gebruikersinterface beschreven:

UI-elementen Beschrijving
Periode alertberekening

Wanneer de alert-engine de eerste maal wordt uitgevoerd, worden alerts standaard met terugwerkende kracht over een periode van 2 dagen berekend. Dit vormt dit een zware belasting op het systeem.

Met deze optie kunt u het tijdsinterval voor de berekening van alerts door de alert-engine wijzigen.

Standaard: 2 dagen, gemeten in minuten (2880 minuten).
CRON-expressie alert-engine

Release Control gebruikt een alert-engine om alerts in de module Beheer te vernieuwen. Met deze optie kunt u het interval opgeven dat aangeeft hoe vaak de alert-engine wordt uitgevoerd.

Standaard: 1 (in minuten), zoals weergegeven door de cron-expressie 0 0/1 * * * ?.

Voorbeelden:
  • Als u de engine elke 5 minuten wilt uitvoeren, wijzigt u de waarde in 0 0/5 * * * ?
  • Als u de engine elke 30 minuten wilt uitvoeren, wijzigt u de waarde in 0 0/30 * * * ?

Meer informatie over cron-expressies vindt u op de volgende webpagina: http://quartz.sourceforge.net/javadoc/org/quartz/CronTrigger.html.

Alert-engine ingeschakeld

Hiermee kunt u de alert-engine in- of uitschakelen.

Standaard: Ingeschakeld

Beginpunt/eindpunt tijdsperiode voor wijzigingen/aanpassingen

Voor alle activiteiten waarvan de planningen samenvallen met de periode Beginpunt/eindpunt tijdsperiode voor wijzigingen/aanpassingen worden alerts voor noodactiviteiten en aangepaste activiteiten gegenereerd.

Dit houdt het volgende in:

  • Er wordt een alert voor noodactiviteiten gegenereerd als er een nieuwe activiteit wordt gemaakt die gepland is om binnen de tijdsperiode voor wijzigingen/aanpassingen te starten.
  • Er wordt een alert voor aangepaste activiteiten gegenereerd als er een wijziging wordt aangebracht aan een activiteit waarvan de planning samenvalt met de tijdsperiode voor wijzigingen/aanpassingen.

De periode Beginpunt/eindpunt tijdsperiode voor wijzigingen/aanpassingen is de periode die voor/na of in de buurt van het huidige tijdstip valt.

  • Het beginpunt van de tijdsperiode voor wijzigingen/aanpassingen definieert de tijd vanaf het huidige tijdstip.

    Dit is het aantal minuten vóór (negatieve waarde) of na (positieve waarde) de huidige tijd waarmee het begin van de tijdsperiode wordt aangegeven.

    Standaard: 12 uur (720 minuten), gemeten in minuten.

  • Het eindpunt van de tijdsperiode voor wijzigingen/aanpassingen definieert de tijd na het huidige tijdstip.
    Dit is het aantal minuten vóór (negatieve waarde) of na (positieve waarde) de huidige tijd waarmee het einde van de tijdsperiode wordt aangegeven.
    Standaard: 24 uur (1440 minuten), gemeten in minuten.

Deze handleiding bevat ook een voorbeeld dat toelicht hoe de minimum- en maximumwaarden voor de tijdsperiode functioneren en wanneer er al dan niet alerts worden gegenereerd. Zie voor dit voorbeeld Wanneer wel of niet alerts worden gegenereerd.

Wijzigingsstatussen voor conflictalerts
Hiermee worden alleen conflictgerelateerde alerts berekend voor activiteiten die de geselecteerde status hebben.