Zoeken in de Help
Als u in de Help wilt zoeken naar informatie typt u een woord of woordgroep in het vak Zoeken. Wanneer u een groep woorden invoert, wordt aangenomen dat u OR bedoelt. U kunt booleaanse operators gebruiken om uw zoekopdracht te verfijnen.
De geretourneerde resultaten zijn niet hoofdlettergevoelig. Bij het toekennen van de relevantiescore voor resultaten wordt echter wel rekening gehouden met het hoofdlettergebruik; resultaten waarvan het hoofdlettergebruik overeenkomt, krijgen namelijk een hogere score. Een zoekopdracht naar 'katten' gevolgd door een zoekopdracht naar 'Katten' levert daarom hetzelfde aantal Help-onderwerpen op, maar de volgorde waarin de onderwerpen worden getoond, verschilt wel.
| Zoeken naar | Voorbeeld | Resultaten |
|---|---|---|
| Een enkel woord | kat
|
Onderwerpen die het woord 'kat' bevatten. U vindt hiermee ook grammaticale variaties, zoals 'katten'. |
|
Een woordgroep. U kunt opgeven dat de zoekresultaten een bepaalde woordgroep moeten bevatten. |
"voer voor kat" (aanhalingstekens) |
Onderwerpen die de letterlijke woordgroep 'voer voor kat' bevatten, plus alle grammaticale variaties hiervan. Zonder de aanhalingstekens komt de query overeen met het gebruik van een OR-operator, waarmee onderwerpen worden gevonden waarin een of meer van de afzonderlijke woorden voorkomen in plaats van de hele woordgroep. |
| Zoeken naar | Operator | Voorbeeld |
|---|---|---|
|
Twee of meer woorden in hetzelfde onderwerp |
|
|
| Een van beide woorden in een onderwerp |
|
|
| Onderwerpen die een specifiek woord of een specifieke woordgroep niet bevatten |
|
|
| Onderwerpen die een bepaalde tekenreeks wel bevatten en een andere tekenreeks niet | ^ (caret) |
kat ^ muis
|
| Een combinatie van beide typen | ( ) ronde haken |
|
Deelvenster Alerts
In dit deelvenster kunt u de instellingen voor alerts in het deelvenster Alerts van de module Beheer configureren.
|
Openen
|
Selecteer Module > Beheerder > tabblad Configuratie > Modules > Beheer > Alerts.
|
|
Belangrijke informatie
|
Om deze configuratiewijzigingen van kracht te laten worden, moet u de Release Control-service opnieuw starten.
|
|
Zie ook
|
Hieronder worden de elementen van de gebruikersinterface beschreven:
| UI-elementen | Beschrijving |
|---|---|
|
Periode alertberekening
|
Wanneer de alert-engine de eerste maal wordt uitgevoerd, worden alerts standaard met terugwerkende kracht over een periode van 2 dagen berekend. Dit vormt dit een zware belasting op het systeem. Met deze optie kunt u het tijdsinterval voor de berekening van alerts door de alert-engine wijzigen. Standaard: 2 dagen, gemeten in minuten (2880 minuten).
|
|
CRON-expressie alert-engine
|
Release Control gebruikt een alert-engine om alerts in de module Beheer te vernieuwen. Met deze optie kunt u het interval opgeven dat aangeeft hoe vaak de alert-engine wordt uitgevoerd. Standaard: 1 (in minuten), zoals weergegeven door de cron-expressie 0 0/1 * * * ?. Voorbeelden:
Meer informatie over cron-expressies vindt u op de volgende webpagina: http://quartz.sourceforge.net/javadoc/org/quartz/CronTrigger.html. |
|
Alert-engine ingeschakeld
|
Hiermee kunt u de alert-engine in- of uitschakelen. Standaard: Ingeschakeld |
|
Beginpunt/eindpunt tijdsperiode voor wijzigingen/aanpassingen
|
Voor alle activiteiten waarvan de planningen samenvallen met de periode Beginpunt/eindpunt tijdsperiode voor wijzigingen/aanpassingen worden alerts voor noodactiviteiten en aangepaste activiteiten gegenereerd. Dit houdt het volgende in:
De periode Beginpunt/eindpunt tijdsperiode voor wijzigingen/aanpassingen is de periode die voor/na of in de buurt van het huidige tijdstip valt.
Deze handleiding bevat ook een voorbeeld dat toelicht hoe de minimum- en maximumwaarden voor de tijdsperiode functioneren en wanneer er al dan niet alerts worden gegenereerd. Zie voor dit voorbeeld Wanneer wel of niet alerts worden gegenereerd. |
|
Wijzigingsstatussen voor conflictalerts
|
Hiermee worden alleen conflictgerelateerde alerts berekend voor activiteiten die de geselecteerde status hebben.
|
In dit deelvenster kunt u alerts in- of uitschakelen en aangeven hoeveel minuten vóór of na een gebeurtenis er alerts moeten worden gegenereerd.
Hieronder worden de elementen van de gebruikersinterface beschreven:
| UI-elementen | Beschrijving |
|---|---|
|
Alerttype
|
Hiermee wordt het type alert aangegeven.
|
|
Inschakelen
|
Hiermee wordt de alert in- of uitgeschakeld.
|
|
Melding-offset
|
Hiermee geeft u op hoeveel minuten vóór of na de gebeurtenis er een alert moet worden gegenereerd.
|
Hieronder vindt u enkele voorbeelden waarin de minimum- en maximumwaarden voor de tijdsperiode worden geïllustreerd en wordt aangegeven wanneer er al dan niet alerts worden gegenereerd.
Scenario 1: geen alert gegenereerd
|
|
Scenario 2: alert gegenereerd
|
|
Scenario 3: alert gegenereerd
|
|
Scenario 4: alert gegenereerd
|
|




