Zoeken in de Help
Als u in de Help wilt zoeken naar informatie typt u een woord of woordgroep in het vak Zoeken. Wanneer u een groep woorden invoert, wordt aangenomen dat u OR bedoelt. U kunt booleaanse operators gebruiken om uw zoekopdracht te verfijnen.
De geretourneerde resultaten zijn niet hoofdlettergevoelig. Bij het toekennen van de relevantiescore voor resultaten wordt echter wel rekening gehouden met het hoofdlettergebruik; resultaten waarvan het hoofdlettergebruik overeenkomt, krijgen namelijk een hogere score. Een zoekopdracht naar 'katten' gevolgd door een zoekopdracht naar 'Katten' levert daarom hetzelfde aantal Help-onderwerpen op, maar de volgorde waarin de onderwerpen worden getoond, verschilt wel.
| Zoeken naar | Voorbeeld | Resultaten |
|---|---|---|
| Een enkel woord | kat
|
Onderwerpen die het woord 'kat' bevatten. U vindt hiermee ook grammaticale variaties, zoals 'katten'. |
|
Een woordgroep. U kunt opgeven dat de zoekresultaten een bepaalde woordgroep moeten bevatten. |
"voer voor kat" (aanhalingstekens) |
Onderwerpen die de letterlijke woordgroep 'voer voor kat' bevatten, plus alle grammaticale variaties hiervan. Zonder de aanhalingstekens komt de query overeen met het gebruik van een OR-operator, waarmee onderwerpen worden gevonden waarin een of meer van de afzonderlijke woorden voorkomen in plaats van de hele woordgroep. |
| Zoeken naar | Operator | Voorbeeld |
|---|---|---|
|
Twee of meer woorden in hetzelfde onderwerp |
|
|
| Een van beide woorden in een onderwerp |
|
|
| Onderwerpen die een specifiek woord of een specifieke woordgroep niet bevatten |
|
|
| Onderwerpen die een bepaalde tekenreeks wel bevatten en een andere tekenreeks niet | ^ (caret) |
kat ^ muis
|
| Een combinatie van beide typen | ( ) ronde haken |
|
- Taken
- Universal CMDB 10.20 of hoger configureren
- Het aantal CI-eigenschapvoorwaarden voor impactanalyse vergroten in de JMX-console
- Geavanceerde instellingen voor Universal CMDB configureren
- Het versienummer van Universal CMDB bijwerken
- Handmatig Universal CMDB-patches configureren
- Release Control configureren voor gebruik in standalone-modus
- KPI's configureren als federated in Business Availability Center 8.x of Business Service Management 9.x
- Aangepaste velden toevoegen aan de federationadapter
- Een wachtwoord versleutelen met de JMX-console
- Met de JMX-console Release Control en Universal CMDB configureren voor werken met LDAP
- Bedrijfs-CI's importeren uit Universal CMDB
Aangepaste velden toevoegen aan de federationadapter
In deze taak wordt beschreven hoe u aangepaste velden kunt toevoegen aan de federationadapter. Meer informatie over federationadapters vindt u in De wijzigings-federationadapter en Overzicht van de federationadapters in Release Control.
- Ga in Release Control naar Module > Beheerder > tabblad Configuratie > Integraties > Velden en voeg de gewenste velden toe. Meer informatie over het toevoegen van aangepaste velden vindt u in Deelvenster Velden.
- Ga in Universal CMDB naar het CI-type Request for Change en voeg de namen van de nieuwe attributen toe.
- Geef elk attribuut dezelfde naam als het bijbehorende aangepaste veld dat u in Release Control hebt gemaakt. Als u echter in de veldnaam een koppelteken ( - ) hebt gebruikt, vervang deze dan in de attribuutnaam door een onderstrepingsteken ( _ ).
- U kunt ook een attribuutnaam gebruiken die afwijkt van de naam van het bijbehorende aangepaste veld. U moet dan wel de attribuutnaam aan de veldnaam toewijzen in het bestand convertfields.properties. Dit bestand bevindt zich in de map <installatiemap van Universal CMDB>\UCMDBServer\runtime\fcmdb\CodeBase\RcChangeAdapter.
- Optioneel: als u voor een specifiek attribuut attribuutwaarden wilt gebruiken die afwijken van de waarden die in Universal CMDB worden gebruikt, stelt u dit als volgt in:
- Voeg de attribuutnaam toe aan het bestand convertfields.properties, als hij daar nog niet in voorkomt.
- Maak een bestand en wijs de veldwaarden in Release Control toe aan de attribuutwaarden in Universal CMDB. De naam van het bestand moet hetzelfde zijn als de naam van het attribuut, zoals deze wordt genoemd in Universal CMDB. Als u bijvoorbeeld verschillende attribuutwaarden wilt toewijzen voor een veld met de naam prioriteit, moet het bestand de naam prioriteit.properties krijgen. In het onderstaande voorbeeld toont het bestand prioriteit.properties de toegewezen waarden voor het veld prioriteit.

Opmerking het bestand met de toegewezen waarden moet zich bevinden in dezelfde map als het bestand convertfields.properties.




