Beheerder > Instellingen voor integratie met Universal CMDB configureren > Taken > Aangepaste velden toevoegen aan de federationadapter

Aangepaste velden toevoegen aan de federationadapter

In deze taak wordt beschreven hoe u aangepaste velden kunt toevoegen aan de federationadapter. Meer informatie over federationadapters vindt u in De wijzigings-federationadapter en Overzicht van de federationadapters in Release Control.

  1. Ga in Release Control naar Module > Beheerder > tabblad Configuratie > Integraties > Velden en voeg de gewenste velden toe. Meer informatie over het toevoegen van aangepaste velden vindt u in Deelvenster Velden.
  2. Ga in Universal CMDB naar het CI-type Request for Change en voeg de namen van de nieuwe attributen toe.
    • Geef elk attribuut dezelfde naam als het bijbehorende aangepaste veld dat u in Release Control hebt gemaakt. Als u echter in de veldnaam een koppelteken ( - ) hebt gebruikt, vervang deze dan in de attribuutnaam door een onderstrepingsteken ( _ ).
    • U kunt ook een attribuutnaam gebruiken die afwijkt van de naam van het bijbehorende aangepaste veld. U moet dan wel de attribuutnaam aan de veldnaam toewijzen in het bestand convertfields.properties. Dit bestand bevindt zich in de map <installatiemap van Universal CMDB>\UCMDBServer\runtime\fcmdb\CodeBase\RcChangeAdapter.
  3. Optioneel: als u voor een specifiek attribuut attribuutwaarden wilt gebruiken die afwijken van de waarden die in Universal CMDB worden gebruikt, stelt u dit als volgt in:
    1. Voeg de attribuutnaam toe aan het bestand convertfields.properties, als hij daar nog niet in voorkomt.
    2. Maak een bestand en wijs de veldwaarden in Release Control toe aan de attribuutwaarden in Universal CMDB. De naam van het bestand moet hetzelfde zijn als de naam van het attribuut, zoals deze wordt genoemd in Universal CMDB. Als u bijvoorbeeld verschillende attribuutwaarden wilt toewijzen voor een veld met de naam prioriteit, moet het bestand de naam prioriteit.properties krijgen. In het onderstaande voorbeeld toont het bestand prioriteit.properties de toegewezen waarden voor het veld prioriteit.

      Opmerking het bestand met de toegewezen waarden moet zich bevinden in dezelfde map als het bestand convertfields.properties.